St. Olavsleden III

Östersund, 2015, 16 augustus

Er gebeurt iets met je, als je lange afstanden wandelt zoals wij tot nu toe gedaan hebben.
We raken niet uitgekeken op de omgeving, of dat nu woningen, bossen, meren of landbouwvelden zijn. Langs de vele uitbundige bloemenvelden zien we een pracht aan kleuren en allerlei soorten bloemen. De geuren doen onze herinneringen op hol slaan, en soms komen lang vergeten gebeurtenissen tot leven.
We passen automatisch ons tempo aan; waar we omhoog moeten lijkt het soms net alsof we niet vooruit komen. Het lopen gaat langzamerhand als vanzelf; ook als de tocht langer of zwaarder blijkt te zijn dan gedacht is dat geen enkel probleem. Kortom: we genieten volop.
Tijdens de wandeling van Bräcke naar Gällö doe ik dat echter alleen. Elly neemt een paar dagen rust vanwege een verzwikte enkel. Notabene op de camping, op weg naar de afwas!
Vanuit Bräcke loop ik al gauw het bos in. Een half uur lang moet ik er op vertrouwen dat ik de juiste route loop, want ik zie geen enkel teken. Kompas, kaart en gps geven aan dat ik goed loop en jawel, uiteindelijk weer een bordje. Er volgt een lange route langs het meer, door gehuchten als Mordviken (vernoemd naar een moordpartij bij het meer), Anviken (de eendenbocht) en Förberg (een stuk land voor iemand die “Berg” heette) en via een smal bruggetje over de stroomversnelling van een rivier kom ik langs een karrespoor uit op de snelweg. Na een gesprek met twee fietsers, die op die manier de tocht afleggen gaat het langs een verharde weg door de betere buurten: kapitale villa’s met uitzicht op het water en grote stukken land er om heen. Via Stavre en Grimåsen (steeds weer klimmen, maar na elke klim staat er een bankje om uit te rusten) gaat het laatste stuk door dicht struikgewas. Afwisselend, dat wel!
Dinsdag loop ik allereerst naar Revsund. Elly komt daar met de auto heen. We ontmoeten er Ruben, die in de voormalige pastorie woont. Hij is de projectleider van Nordic Pilgrim. We worden samen op de foto gezet en dan mag Elly mee met de rondleiding in de kerk. Ik loop het dorpje uit richting Pilgrimstad. Vrij snel kom ik op een zeer smal pad door het bos uit: slingerend over de helling, klimmend en dalend, over rotsblokken, boomstronken en af en toe een beekje moet ik goed opletten waar ik mijn voeten neerzet. Met links regelmatig prachtige vergezichten over het meer, en rechts hoog oprijzende bomen is het een adembenemende, maar prachtige tocht. Langs een elf meter diepe grot, waar zich ooit een zich zelfbenoemde banneling heeft schuil gehouden kom ik na zeven kwartier klauteren weer op de gewone weg uit. Een verademing om even “gewoon” te kunnen lopen. In Pilgrimstad komt Elly mij ophalen. We rijden dan door naar de camping in Östersund, waar we de woensdag nog een dag rust nemen.
Samen lopen we donderdag de route van Pilgrimstad naar Brunflo. Het is volgens de beschrijving een gemoedelijke wandeling, en dat klopt ook wel. Weinig zwaar terrein; we lopen hoofdzakelijk op verharde wegen. Wel is het veel en lang klimmen, maar daar nemen we de tijd voor.
In Brunflo staat de auto bij het station. Een inwoner van het dorp wil ons zelfs een lift aanbieden daarheen, want: “Het is nog een behoorlijk eindje lopen”! Tja, daar gaat het ons juist om!!
De enkel van Elly heeft deze tocht goed doorstaan: morgen kijken we of dat ook bij de volgende etappe zo blijft.
Die tocht gaat van Brunflo naar Östersund. Met de bus zijn we ’s morgens al om half acht bij de start. Langs de spoorbaan gaat het richting stad. Afwisselend zien we veel fraaie woningen maar ook soms hele kleine huisjes langs het water. Veel van deze huisjes zijn zelfs kleiner dan sommige campers en caravans die we op de camping zien staan!
Met uitzicht over het meer en de eerste bergen al opdoemend in de verte is ook dit weer een schitterende tocht. Een korte tocht, dat wel. Al na zo’n 12 km zijn we weer terug op de camping.
En dan dat moment dat we de schoenen uit kunnen trekken: dat is iets waar we óók elke keer weer van genieten!
Jammer genoeg blijkt de tocht van donderdag iets teveel geweest te zijn voor de enkel van Elly. Daarom loop ik zaterdag weer alleen verder. Langs de buitenwijken en het industrieterrein van Östersund, langs het meer met uitzicht op de huizen die aan de overkant van het water tegen de helling liggen loop ik naar Frösön. Langs de jachthaven, via een fiets- en voetgangersbrug, langs het water en door de woonwijken kom ik weer terecht in een wat meer begroeide omgeving. Smalle paadjes door bloemenvelden, langs bouwland en door het bos kom ik, al klimmend, over een hoogvlakte met prachtige vergezichten. Daarmee verkijk je je soms wel op de afstanden: die kerktoren in de verte lijkt al zo dichtbij! Gelukkig is er dan, bij de oude Staafkerk van Frösö weer een stempel te bemachtigen. Er volgt dan een lange wandeling over een recht stuk weg langs allerhande bedrijven en kantoren om uiteindelijk uit te komen bij de Rödöbron, de brug van Rödö (op Instagram/siccodegroot is er een foto van te zien). Wel weer even heel anders: door het ontbreken van een fiets- of voetpad moet ik steeds blijven stilstaan, mezelf tegen de railing aandrukkend, om auto’s langs te laten rijden. Ik ben blij als ik aan de overkant ben.
Het laatste stuk is een prachtige wandeling door het bos langs het water. De bergen komen steeds dichterbij, ik kan de besneeuwde toppen al zien. Bij de kerk van Rödön ligt de finish voor vandaag. Elly komt me ophalen met de auto.
Met deze laatste etappe is het totaal nu 238,7 kilometers. Als je het snel zegt lijkt het niets. Maar tot nu toe was elke kilometer meer dan de moeite waard!
Volgende week volgen de laatste etappes richting Åre, het eindpunt van onze wandeltocht door Zweden. We hopen dat Elly ook de laatste twee ervan nog zal kunnen meelopen.
Åre, vi kommer (Åre, we komen er aan……)

St. Olavsleden II

Träporten, 2015, 7 augustus

De camping is deze ochtend in dichte mist gehuld. Geen wonder, na de nattigheid van de afgelopen dagen, gecombineerd met de warmte. Het is de hele week wisselvallig weer geweest, maar dat heeft ons er niet van weerhouden weer een viertal etappes te lopen van St. Olavsleden.

Op maandag staan we om kwart voor acht te wachten op de bus naar Torpshammar. Die komt om acht uur. We staan er op tijd, want als we deze bus zouden missen moeten we twee uur wachten op de volgende. De route van vandaag gaat veelal over een verharde weg tussen de boerderijen door. Regelmatig worden we begeleid door blaffende honden. We dachten dat het zo’n 15 km zou zijn, maar al na goed 10 kilometer zijn we in Fränsta. Met de trein gaan we terug naar de camping, waar we nu genoeg tijd hebben om even te wassen en alvast wat spullen in orde brengen voor de stuga-overnachting op woensdag!
We gaan de volgende dag met de bus terug naar Fränsta, waar we de route weer oppakken. Bij de witte kerk, aan de rand van het meer, hangt een bord met een heel verhaal over Olav, en er is zowaar een stempel aanwezig in een soort brievenbus. De route volgt de rivier, waarbij we al gauw door rietkragen en oeverbegroeiing struinen. Zelfs even té ver, waarbij we bijna wegzakken in de modder. Gelukkig vinden we het pad weer gauw terug, waarna we dwars door een korenveld omhoog klimmen. Door de vochtigheid zijn de broekspijpen dan drijfnat! We volgen de spoorbaan en even later weer de rivier, waar we de stroomversnelling al van verre horen. Uiteindelijk komen we op een bekend soort sintelbaan, die we volgen tot Camping Träporten. Dit stuk is vrij saai, hoewel we vriendelijk worden toegezwaaid door mensen die in de auto langskomen. Later blijkt dat één van hen de eigenaresse van de camping was, en even later haar dochter…..
We komen hier ook langs een kapel, met jawel: een stempel. Op deze manier kunnen we toch laten zien dat we daadwerkelijk de route lopen. Na 19 km zijn we terug op de camping.

Met de grote rugzakken op de schouders beginnen we woensdag aan de tocht naar Kungsstugan, de Konings Blokhut. Dat is wel weer even wennen. Maar ook toepasselijk, want het wordt nu steeds meer hiken in plaats van wandelen. Over een natuurpad buiten de camping om, de snelweg over, en verder al klimmend door een steeds dichter en donkerder wordend bos komen we bij Olofs Källa, de bron die Olav geslagen zou hebben. We kunnen er weer stempelen!
Inmiddels hebben we de regenjacks aan en de regenhoes zit om de rugzak. Het hoost. En als we dan ook nog met een grote boog door een weiland met begroeiing lopen zijn we al gauw één met de natuur, namelijk nat. Hadden we er maar aan gedacht ook de regenbroeken aan te doen!!
Na het weiland volgen we een verhard pad. Door het klimmen ligt het tempo laag: we halen niet eens de drie km/u. Na bijna zeven uur komen we bij de stuga. Primitief, want geen electra, maar wel een petroleumkacheltje waardoor de natte spullen een beetje kunnen drogen. Het toilet staat een eindje verderop buiten, type poepdoos, en achter het huisje is een bron met drinkwater. Het maakt ons niet uit: we zitten droog, warm en er staan goede bedden. Genoeg mogelijkheid om weer even bij te komen.
De volgende ochtend zijn we om half negen al op pad. Dit keer mét de regenbroek aan, en dat is maar goed ook. Anderhalf uur lang lopen we door dichte begroeiing; zo dicht zelfs, dat het soms moeilijk te zien is waar het pad loopt. Hierbij is het ook weer de hele dag klimmen, klimmen en nog eens klimmen. We moeten goed uitkijken waar we onze voeten neerzetten vanwege de natte boomstronken, de glibberige keien en de beekjes en stroompjes waar we over en door moeten. Het lukt ons niet helemaal zonder valpartijen. Door het bos omhoog, langs meren en met prachtige vergezichten, dat dan weer wel, komen we tenslotte op de verharde weg door Byggot. Daar staat een richtingwijzer: Bräcke (ons einddoel van vandaag) 12 km. Dat valt behoorlijk tegen, waar we gerekend hadden op 7 km. Bijna vier uur later, na 21 km, bereiken we het station in Bräcke. Tijd genoeg om even uit te rusten, want de trein vertrekt pas over anderhalf uur. De tickets regel ik via internet. In de trein worden de kaartjes op de smartphone geaccepteerd als geldig vervoersbewijs. Terug op de camping hangen we het natte goed uit. Na een heerlijk warme douche en een maaltijd in het restaurant zijn we al gauw weer helemaal bij!

Inmiddels is de camping weer zichtbaar geworden. Met de zon op de tent en wat lichte bewolking her en der in de lucht is dit een mooie dag om verder te trekken naar de volgende camping.
De 72 km van deze week geven ons voldoende reden om een paar dagen rust te nemen.
Maandag pakken we de St. Olavsleden route weer op.

St. Olavsleden I

St. Olavsleden l

Stöde, 2015, 1 augustus.

Na de bijzonder zware maar ongelooflijk geweldige Höga Kusten Hike hebben we een paar dagen genomen om bij te komen. De was is gedaan, de hiking spullen zijn uitgezocht en gecontroleerd en de voorraden zijn voor zover nodig aangevuld.
We gaan deze week beginnen aan St. Olavsleden. Een tocht die vernoemd is naar Olav Haraldsson, die in 1030 vanuit Selånger, waar hij voet aan wal zette, optrok naar Trondheim om zijn rechten op de Noorse troon op te eisen. Olav was al eerder koning van Noorwegen, waar hij vooral heeft bijgedragen aan het uitdragen van het Christendom en het laten bouwen van kerken. Op 29 juli 1030 kwam Olav om in de strijd bij Sticklestad in Noorwegen, waarna hij heilig verklaard werd. Sindsdien zijn veel pelgrims in zijn voetsporen van oost naar west getrokken.
Inmiddels heb ik contact gehad met de projectleider van NordicPilgrim, de organisatie die St. Olavsleden onderhoudt en promoot. Hij vraagt mij om tijdens de tocht tweets te plaatsen: uiteraard ga ik dat doen. Op @stolavsleden/sicco zijn ze te lezen.
Bij de plaatselijke VVV in Sundsvall heeft men ons geholpen aan stempelboekjes voor de tocht. Het eerste stempel is te verkrijgen bij de Selånger Kyrka (de kerk van Selånger). Op zondag zijn we hier al even wezen kijken maar de kerk was toen dicht. Nou ja, het was wel rond lunchtijd dat we daar waren…..
En dan staan we op woensdagochtend om kwart voor negen bij een nog steeds dichte kerk. Omdat er om goed negen uur nog niemand te zien is besluiten we om zonder startstempel te vertrekken. Toepasselijk, want onze wandeltocht is geen religieuze pelgrimage. Wij lopen een voettocht door Zweden om het landschap te ontdekken en ons er door te laten verrassen.
Het eerste deel gaat over de weg, langs boerderijen en grasland. Al gauw gaan we over op een verhard sintelpad dat langzaam stijgend richting de bossen gaat. Het is een totaal andere discipline dan de hike van vorige week: we kunnen hier veelal gewoon doorlopen, en dat is een hele verademing. Uit het bos komend dalen we af naar de rivier, waar we onder de snelweg door de brug voor Matfors bereiken. In het centrum vragen we bij de bibliotheek naar een stempel, maar men heeft daar zelfs nog nooit gehoord van St. Olav! Gelukkig hebben we geen bewijs nodig voor onze tocht; we weten zelf ook wel dat we vandaag 17 km hebben afgelegd…..
De volgende dag vertrekken we om vijf voor negen vanuit Matfors. We lopen het dorp uit, en direct op de stadsgrens houdt het asfalt op. Er ligt weer een verharde sintelweg voor ons, maar deze loopt al stijgend en dalend door tot vlak voor Stöde, waar we met de tent op de camping staan. Er volgt een tocht van ruim 24 km langs dezelfde weg, maar wat een pracht wandeling is het. Met steeds weer wisselende vergezichten, de ene keer over de weilanden met in de verte de eerste bergen, dan weer uitkijkend over het dal, waar de rivier zich doorheen kronkelt en waar we aan de overkant de snelweg “horen” en de lange goederentreinen met boomstammen langs zien gaan.
De regenjacks houden we aan, vandaag. Vanwege de warmte hebben we wel na verloop van tijd de regenbroeken uitgedaan; het is een zeer natte dag.
Na 27,4 km, en dan hebben we zeven uur gelopen, komen we op de camping aan. En jawel: daar krijgen we dan toch ons eerste stempel!!!
Op de derde dag kunnen we vanaf de camping starten. We lopen afwisselend langs de weg, de rivier en de spoorbaan, en een groot gedeelte gaat door het bos. Als we door het plaatsje Viskan komen verbaast het ons dat zo goed als alle huizen hier vervallen lijken. Bijzonder mistroostig, terwijl we nog geen twee kilometer verderop langs bijzonder rijke en imposante woningen komen.
Na 17 km “finishen” we in Torpshammar.
We hebben nu drie dagen gelopen. Dit weekend nemen we de tijd om alles weer op orde te brengen: wassen, voorraden aanvullen en materiaal controleren.
Zondag gaan we door naar Camping Träporten, om dan maandag weer in de voetsporen van Olav te treden.

De Hike.

Stöde, 2015, 27 juli.

DE HIKE

Uitkijkend over een meer waar de bomen in het water weerspiegeld worden kijken we terug op de Höga Kusten Hike.

Met 33 kg op de rug (Elly’s rugzak weegt 14,5 kg, die van mij 18,5 kg) hebben we alles bij ons om te overnachten, te eten en ons te kleden.
Vanaf Friluftsbyn, waar we hebben ingecheckt worden we per bus naar het startpunt gebracht. Je kunt merken dat iedereen toch ietwat nerveus is; wij in ieder geval wel…..
Om 9.50 u zetten we de eerste stappen op het bruggetje richting bos. En direct merken we het al: dit wordt zwaar, heel zwaar. Door de overvloedige regen van de afgelopen dagen zijn planken, boomwortels en -stronken, stenen en paadjes verraderlijk glad en glibberig.
We lopen door een dicht bos, veelal over vlonders naar de eerste rustplaats: Skrattabborrtjärn. Daar kunnen we even zitten, wat eten en vooral belangrijk: de rugzak even af doen. De eerste foto’s worden gemaakt en we maken een praatje met deze en gene.
Na de rust lopen we al gauw door dicht struikgewas tot aan het meer, waar we een heel eind langs zullen gaan. Maar al snel merk ik dat ik mijn fototoestel mis! Hij zat in het tasje aan mijn gordel, maar die staat open en is leeg. Waarschijnlijk is het koord dat er uit hing blijven haken achter een tak…. Dus loop ik de tien minuten terug naar de laatste rustplaats, al zoekend en kijkend. Iedereen die ik tegenkom belooft mee te zullen kijken. Terug naar waar Elly wacht, nog een keer op mijn schreden terugkerend maar nee: geen fototoestel. Als ik dan weer bij Elly terug ben staat zij triomfantelijk met het toestel in haar hand omhoog: ik had het per ongeluk bij haar rugzak in de gordel gedaan……
We gaan verder, richting Slåttdalen. Het landschap waar we door lopen is in de ijstijd omhoog gestuwd, waardoor er grillige bergruggen en diepe dalen zijn ontstaan. We klimmen dus behoorlijk, en komen uit op een enorm rotsplateau. Ondanks alle voorzichtigheid glijd ik onderuit. Ondanks wat pijn in de linkerkuit kunnen we toch verder. Het tempo is langzaam: de gemiddelde snelheid ligt onder de 2 km/u. Maar de schitterende uitzichten maken alles steeds weer goed. We nemen de tijd om te lunchen en uit te rusten.
We hebben besloten de korte route te nemen om de bergrug verderop te vermijden. Dat lukt gedeeltelijk. We komen uit bij een steile klim over grote rotsblokken naar boven, om dan vervolgens via de kloof weer naar het lager gelegen Tärnättvattnen te komen. Al klauterend over de rotsen naar beneden gaat ook Elly nog onderuit. Gelukkig op haar rugzak, maar ze moet dan wel overeind geholpen worden.
Steeds weer klimmend en dalend, soms steil naar beneden over een uitgesleten pad met keien en boomwortels gaan we naar de rivier, waar we water kunnen tappen. Dan is het nog drie kilometer langs het meer om bij de eerste overnachtingsplek te komen.
Om kwart over zeven, na meer dan negen uur lopen, kunnen we de tent opzetten. Eten, koffie drinken en dan….slapen.

Om negen uur gaan we weer op pad. Het eerste gedeelte van de tocht is een goed te belopen bospad langs het meer. Na ruim twee uur komen we bij Kälsviken, het eerste checkpoint van vandaag. Steeds vaker hebben we mensen laten passeren, omdat ons tempo niet zo hoog is. We hebben daardoor wel veel en leuk contact met iedereen. We horen van meer valpartijen, van “uitstappers” en van oververmoeide kinderen die ook de hike doen.
Na een kwartier rust lopen we omhoog naar het bos op de helling van Ävdalsbäcken. Ook op het pad langs de berghelling moeten we met elke stap uitkijken waar we onze voeten zetten. Regelmatig moet ik ook Elly een hand of zelfs een wandelpole (mijn wandelstok, zeg maar…) toesteken om haar omhoog te helpen.
Na twee kilometer in anderhalf uur (!) komen we bij het bordje waarop staat: Dal 2,6 km! We zijn blij dat we op dat moment met een aantal anderen oplopen, want we moeten de rivier over: eerst steil naar beneden, dan over de (glibberige) rotsblokken die in de rivier liggen naar de overkant, weer steil omhoog en dan over een hoge wal: iedereen steekt elkaar een helpende hand toe, gelukkig. Het is inmiddels droog en behoorlijk warm geworden: regenjassen kunnen uit, fleecevesten gaan in de rugzak en de muggenaanval begint! Ingesmeerd en wel sjouwen we twee uur lang door bos en over open veld, constant klimmend en dalend, om uiteindelijk in Dal, de overnachtingsplek voor vandaag, aan te komen. Op een groot veld worden hier de tientallen trekkerstentjes neergezet. We ontmoeten er veel mede-hikers in een gemoedelijke en meelevende sfeer. Zodra om half tien de zon achter de bomen is verdwenen (met de zon op de tent is het binnen te warm om te slapen) kunnen we naar bed.
De laatste dag starten we om negen uur. Elke keer hebben we wel twee-en-een-half uur nodig om toilet te maken, te ontbijten, koffie te drinken en op te breken. We lopen 900 meter langzaam omhoog over een sintelpad en dan gaan we al klimmend het bos weer in. Het is zeer warm nu. We rusten daarom vaak, veelal na elke honderd stappen, om op adem te komen en water te drinken. We hoorden al van anderen dat men gauw buiten adem is.
Na bijna twee uur horen we verkeer in de verte en jawel: om elf uur steken we de E4, de snelweg, over. Goed te doen, want de verkeersdrukte hier is niet te vergelijken met die in Nederland.
Om half twaalf zijn we bij het Naturum, een informatiecentrum annex restaurant en expositieruimte onder aan Skuleberget. De finish van de hike ligt bovenop de berg, 600 meter als je de moeilijke route kiest, 2 km de gemakkelijke route. Aangezien we vorig jaar de eerste al gedaan hebben kiezen we voor de 2 km. De rugzakken geven we bij de receptie van de Turist-information in bewaring, en met de wandelpoles en verder enkel een heuptas met water, creditcard en ons fototoestel beginnen we aan de gemakkelijke route. Nou: gemakkelijk is hier dus zeer relatief. Dit is echt afzien. We helpen elkaar omhoog, en nemen steeds de tijd om op adem te komen en te drinken.
Maar dan, na anderhalf uur, zijn we op boven bij de finish!
We hebben het weer voor elkaar gekregen!!
Na een high-five van Mikael, één van de organisatoren, en na de vele felicitaties over en weer van de andere hikers nemen we de kabelbaan naar beneden. Met de auto halen we de rugzakken op. De tent wordt weer opgezet en onder het genot van een wijntje worden de benen gestrekt.

Op ons plekje aan het meer lezen we de verhalen en bekijken we de foto’s van onze mede-hikers.
We hadden allemaal één doel voor ogen: het lopen van de Höga Kusten Hike.
En daarmee hebben we er vele vrienden bij gekregen.
Wat is het leven waardevol!!

De laatste voorbereidingen.

De laatste voorbereidingen.

Je kunt je toch niet voorstellen dat je je tanden stukbijt op en tijdens de voorbereidingen van een hike. Maar mij lukt het. Na een onvermijdelijk bezoek aan een “tandtekniker” in Örnsköldsvik is het dan ook weer zeer positief om met mijn mond vol tanden te staan!
We zijn nu op de camping vlakbij Friluftsbyn, de start van de Höga Kusten Hike.
Hier ervaar je meteen weer de gemoedelijkheid van de Zweden. Op het bord bij de ingang van de camping staat te lezen: “Beste gast. Wees zo vrij een plek voor uw caravan, camper of tent uit te zoeken. In de loop van de avond kom ik wel even langs om U in the checken en af te rekenen”!
We hebben gekozen voor een plek met uitzicht op een uitloper van Skuleberget, de 600 meter hoge berg die we a.s. zaterdag weer moeten “bedwingen”.
We zijn de eersten van de hikers die op het veld staan, maar dat duurt niet lang. In de loop van de week komen er steeds meer binnen.
Het is een bijzondere ervaring om kennis te maken met mensen die we het afgelopen jaar al via een Facebook-groep kennen. Mensen die op ons af komen en ons begroeten met: “Jullie zijn Sicco en Elly. Ik ken jullie van Facebook!” Dat overkomt ons verschillende keren, met mensen uit Nederland, maar ook uit België, Zweden, Denemarken, Engeland en Amerika.
We ontmoeten ook mensen die we vorig jaar tijdens onze eerste Höga Kusten Hike hebben leren kennen, zoals bijvoorbeeld de familie Bäck uit Finland. Op deze manier begint de Hike als een hartverwarmende reünie!
Intussen houden we wel in de gaten dat we morgen moeten gaan lopen. Vandaag waren we druk bezig om de rugzakken te herpakken en om te controleren of we alles wat we echt nodig hebben ook daadwerkelijk hebben ingepakt. Vanwege de weersvooruitzichten gaan in elk geval regenkleding en thermo ondergoed mee.
Morgenochtend krijgen we bij vertrek de maaltijden (vriesdroog maaltijden, waar enkel heet water aan toegevoegd hoeft te worden), gastankjes, snacks en de routekaart mee. Wat dat betreft is deze Hike bijzonder goed georganiseerd.
Vanavond is er een kennismakings-party bij Friluftsbyn. Een mooie gelegenheid om iedereen die vandaag laat aankomt te verwelkomen. Daar zullen we ook horen hoe laat we morgenochtend precies zullen vertrekken.
De auto staat voor drie dagen op de parkeerplaats; de rugzakken liggen voor zover mogelijk ingepakt klaar.
Morgenochtend rond een uur of zeven breken we de tent op en dan kunnen we eindelijk op weg voor onze tweede Höga Kusten Hike.
We zijn er klaar voor!

Stockholm

Stockholm!
Zelfs als je, zoals wij, er een tiental keren geweest bent, blijft deze stad fascineren.
We kiezen als vanouds voor een verblijf op camping Bredäng, op 10 km van het centrum in het zuidelijk stadsdeel Skärholmen. Het is een gewilde stadscamping: regelmatig staan er ’s morgens vroeg al diverse campers en caravans te wachten tot er een plaats vrij komt. Je ziet hier tegenwoordig steeds meer campers en minder tenten. En de campers die hier komen worden volgens ons ook nog eens steeds langer, hoger en luxueuzer. Imposante mobiele woningen, waar ons tentje maar schriel bij afsteekt.
We gaan met de Tunnelbana (de metro) richting centrum. Na twintig minuten en negen metrostations met namen als Mälarhöjden, Aspudden, Liljeholmen en Örnsberg zien we Gamla Stan, de oude stad, opdoemen aan de overkant van het water. Voor ons altijd weer een moment van: “Ja! We zijn weer thuis!”

 

Van zuid naar noord lopen we door de Väster Långgatan langs de vele koffiehuizen, souvenirwinkels en restaurantjes. Uiteraard nemen we een kijkje op Stortorget, het grote plein, één van de locaties voor de videoclip van “Fading like a flower” van Roxette. Op welk moment van de dag je hier ook komt, het is er altijd druk. We zien vijf gidsen die met hun bordje omhoog hun groep bij elkaar proberen te houden.
Langs het Koninklijk Paleis, waar de wisseling van de wacht elke dag weer veel bekijks trekt, gaan we richting Drottninggatan. Kilometers lang loopt deze voetgangers-winkelstraat door het centrum van Stockholm. Sergel’s Torg, dé plek voor muzikanten, politieke demonstraties en ontmoetingsplek voor veel Stockholmers, laten we rechts liggen. Wij kiezen voor Hötorget, de markthal van de stad. Ondergronds vind je tientallen winkeltjes met etenswaren, dranken en delicatessen. Daarnaast zijn er bars en restaurantjes. Je kijkt hier elke keer je ogen uit.
Tijdens de drie dagen die we hier zijn gaan we ook naar het ABBA museum. Het duurt ruim twintig minuten voor we zelfs maar binnen zijn. Het blijkt vooral een interactief museum te zijn: optreden tussen de hologrammen van de ABBA-leden, karaoke zingen, danspassen meedoen en figureren in videoclips. Wij bekijken vooral de geschiedenis van de groep, de collectie gouden en platina platen en de kostuums.
Uiteraard zijn er veel meer bezienswaardigheden in de stad, zoals onder andere Vasa-museet, Tre Kronor museet, Stadhuset, Skansen (openluchtmuseum), Nordiska museet, maar ook Grönalund en Junibacken. In de afgelopen jaren hebben we hiervan de meeste wel een keer bezocht.
Op winkelgebied trekken vooral Skärholmen, Gallerian en de grote winkels Åhléns en NK (Nordiska Kompaniet) veel bezoekers.
We zouden nog een rondvaart kunnen maken naar Vaxholmen of over Mälären, maar omdat we dat ook al eens deden gaan we nu naar de wijk Södermalm, ten zuiden van Gamla Stan. Dit is een wijk van boetiekjes, eethuisjes en galerieën waar vooral veel kunstenaars en studenten zijn gaan wonen. De sfeer is hier, net als in het centrum, heel gemoedelijk en ontspannen.
Op de weg terug merken we op dat Stockholm ook een andere kant heeft. We zien erg veel bedelaars, daklozen en mensen die de afvalbakken doorzoeken. Op diverse plaatsen liggen mensen in een haveloze slaapzak op de grond; we zien er zelfs één op het kerkhof bij de Fredrikskerk!
Met de metro vanaf T-Centralen (je zou een dag door kunnen brengen met het bekijken van de vele fraaie metrostations) gaan we terug naar Bredäng. We zeggen de stad voorlopig weer vaarwel en tot ziens.
We zijn nu in Ljusne, om ons mentaal voor te bereiden op de Höga Kusten Hike, die donderdag begint.

Hjo

Hjo, 2015, 13 juli.

We zijn nu al weer vier dagen in Zweden, en het lijkt alsof we nooit zijn weggeweest. Alles is weer zo vertrouwd: de fraaie vergezichten onderweg, de ruimte om ons heen, de zangerige taal en de vriendelijke Zweden.
We deden er afgelopen donderdag zo’n elf uur over om Malmö te bereiken. Om en om rijdend konden we lekker opschieten, en het overige verkeer werkte daar prima aan mee. Bij de brug over de Storebaelt was het even spannend. We hebben een tolbadge voor tolbruggen en -tunnels in Scandinavië, maar die was al een paar jaar niet gebruikt. Dus……..: langzaam rijdend naar en door de juiste gate klonk gelukkig de verlossende “piep” en sprong het licht op groen! Zo ook op de Öresundbro tussen Denemarken en Zweden.
Malmö was een prettig weerzien. Jammer genoeg is de camping erg duur (men maakt er geen onderscheid tussen caravan of tent), maar na 1055 km rijden kijk je niet zo nauw.
De stad heeft een groot voetgangersgebied met een enorm aanbod aan winkels. Vooral Elly loopt hier vanwege de vele boutiques en galerieën enorm te genieten (ik ook wel, trouwens). Om bij te komen namen we bij Barista koffie met een heerlijke koek daarbij. En zowaar: ik kon alles in het Zweeds bestellen, en we kregen ook nog wat we wilden hebben…….
Zaterdag reden we naar Hjo, een stad aan het Vättern. Beroemd om zijn originele houten huizen en de jaarlijke “slöjdmässan”, die precies dit weekend wordt gehouden. Een enorm uitgebreide handwerksmarkt, met de meest uiteenlopende huisvlijtprodukten. Je kunt het zo crea niet bedenken, of het is hier te vinden: leren, houten, wollen, katoenen, metalen en stenen uitingen van kunstzinnigheid, maar wel voor prijzen die wij er niet voor over hebben. Wel is alles hier zeer sfeervol en gemoedelijk: goed voor een paar uur vertier.
Maar met dit alles verliezen we ons doel niet uit het oog. Inmiddels hebben we de rugzakken nog een keer herpakt, zodat we er zeker van zijn dat we alles tijdens de komende hike bij ons hebben. Nog een tiental dagen, dan is het zover!
Maar morgen eerst naar Stockholm!!