Fjällräven Classic 2013

FJÄLLRÄVEN CLASSIC 2013

Dag 1: vrijdag 9 augustus

Nikkaluokta 9.00 u – Kebnekaise Fjällstation 14.48 u (19 km / 5.48 u)

Na de traditionele toespraak over de ontstaansgeschiedenis van de Fjällräven Classic en het vertolken van het Samen volkslied door Mrs. Sarri is er nog één minuut te gaan voor de start. “Ten seconds to go!”, en een doodse stilte valt over het startveld. Five, four, three, (en niemand telt mee……), two, one….. en onder één krachtig, 250-voudig ‘YEAH’ zijn we weg.

De nerveuze spanning die tijdens het vertrek uit Kiruna nog zichtbaar en voelbaar was (Elly zwaaide mij bij de bus uit) en die zich bij de start in Nikkaluokta uitte in veel heen en weer gedrentel, wc-bezoek, herpakken van backpacks en in zichzelf gekeerde blikken is meteen ook over.

De busreis hierheen was trouwens leuk en informatief, doordat mijn buurvrouw Anne (uit Denemarken, maar oorspronkelijk uit Kansas City) veel nuttige tips voor mij had. En de wachttijd bij de start werd verkort door een gesprekje met een dame uit Gällivare, die met haar vriendin de tocht gaat lopen.

In het begin is de track nog mossig en bosachtig, maar al gauw wordt het rotsachtig met veel keien. Bij elke stap moet ik goed uitkijken waar ik mijn voeten neerzet. Het pad versmalt, wanneer we over de eerste vlonder moeten: twee planken naast elkaar, zodat we in file verder gaan. Her en der worden rugzakken afgedaan, opnieuw gepakt en weer omgedaan. Het duurt niet lang voor we de eerste hangbrug over moeten. Daar is het even wachten, omdat de brug erg beweegt, en we er dus rustig over heen moeten. Vlak nadat ik aan de overkant ben, klinkt er achter mij een hevig geratel van kettingen en dergelijke. Ik ben al te ver om te zien wat er gebeurt. Na verloop van tijd komen de eersten mij al weer achterop.

Door de opstopping bij de brug heeft het veld zich uit elkaar gelopen, en als ik vlak voor een vlonder in de modder onderuit glijd, is er niemand in de buurt om dat te zien of te helpen. Het is even schrikken, en dus ga ik direct verder, ook al is het balanceren op zo’n vlonder, met een zware rugzak op de schouders, voor mij althans geen pretje.

De oranje “spiegels”, die we bij de start kregen uitgereikt, werken perfect: je kunt andere deelnemers al van verre traceren. Het is duidelijk dat dit geen wandeling wordt, maar inderdaad een echte “hike”. De trail is een combinatie van Samariakloof, Siljan Naturstig en Preikestolen, maar dan waarschijnlijk de volle 110 km achter elkaar. Enfin, we zullen het wel ervaren.

Na vijf km staan er mensen van Naturkompaniet langs de trail met argusogen elke voorbijganger te volgen. Waar men vermoedt dat de bepakking een aanpassing kan gebruiken wordt dat dan ook geadviseerd.. Uitstekende service, en bij mij lijkt alles prima in orde te zijn.

Door de vele rustmomenten passeren mensen elkaar over en weer, waardoor ik al gauw enkelen ga herkennen. Het is erg leuk dat ik van vooral jonge mensen diverse opstekers krijg: “Heeft U dit al eerder gelopen? U lijkt nogal zeker de weg te weten…..” en van twee meisjes van begin 20: ” Bent U al 65? Ik vind het zo knap dat U dit doet. Daar word ik nou helemaal blij van…”.

Het tempo is pittig, terwijl ik toch het gevoel heb dat ik haast niet vooruit kom. Helaas heeft mijn gps het af laten weten. Na verloop van tijd merk ik dat na 874 m de batterijen op waren. Inmiddels heb ik er nieuwe ingedaan, en ik hoop dat ik vanaf nu de track wel kan volgen. Het is erg vermoeiend vanwege de rotsachtige ondergrond. Om 14.48 u bereik ik Kebnekaise Fjällstation. Bij het inchecken vraagt men belangstellend hoe het gegaan is. Ik ben blij dat ik er even naar het toilet kan gaan en daarna de tijd kan nemen om wat uit te rusten. Na een sms aan Elly ga ik toch verder: het is de bedoeling dat ik een aantal kilometers verderop de tent ga opzetten. Al na twee km vind ik het welletjes. Hoger op de helling, langs een bergriviertje, vind ik een min of meer geschikte plek.

Tijdens het opzetten van de tent lopen ver onder mij nog tientallen hikers verder.

Na het eten (de maaltijden die de organisatie verstrekte zijn zeer gemakkelijk te bereiden, en dit beef-and-potatoes-diner is heerlijk) neem ik nog een kop koffie. Omdat ik nog steeds telefoonbereik heb kan ik Elly laten weten waar ik ben.

En dan slaat de vermoeidheid toe: om 19.00 u (!!!) lig ik in mijn slaapzak. Temeer ook omdat ik weet dat er morgen een tocht van zo’n 26 km staat te wachten. Dat betekent dat ik toch vroeg moet vertrekken. Als ik er eenmaal goed in lig merk ik dat ik behoorlijk last van mijn schouders heb. Hoe dat mogelijk is begrijp ik niet. Juist met de backpack die ik mij heb laten aanmeten zou dat niet mogelijk moeten zijn.

Dag 2: zaterdag 10 augustus

Kebnekaise Fjällstation 5.00 u – Singi 10.20 u (15 km / 5.20 u)

Als ik om 3.00 u wakker word lig ik helemaal tegen de rugzak aan: de tent staat duidelijk niet waterpas. Toch heb ik redelijk goed geslapen, hoewel het lang duurde voor ik gisteren in slaap viel.

Het is nu erg koud. Na het muesli-ontbijt breek ik op, en om 5.00 u hijs ik de rugzak weer op mijn schouders. Mijn bijna bevroren handen krijgen nu weer de gelegenheid om met de handschoenen aan op te warmen.

Al gauw merk ik dat ik niet op de track loop waar ik zou moeten zijn. In de verte zie ik een wandelaar met FR-spiegel een brug oversteken: daar moet ik ook maar heen, dan. Het kost mij ruim twintig minuten om via de helling, door greppels en kleine riviertjes de eerste vlonder weer te bereiken. Tijdens deze omweg zie ik een van de deelnemers hard lopen. Voor mij geen optie: ik ben al blij als mijn tempo vandaag wat hoger zal liggen dan gisteren.

Eenmaal terug op het spoor voel ik ze weer: de keien. In alle soorten en maten zie ik ze liggen. Tussendoor steeds meer vlonders, waarbij ik uit alle macht probeer om in evenwicht te blijven. Op sommige punten zijn het echt maar twee smalle plankjes hoog over het water heen. Ik moet er niet aan denken dat ik uit balans raak (en daardoor denk ik er dus te veel aan….).

Maar om 10.20 u kan ik mij bij Singi Fjällstation inchecken! Een lunchmaaltijd van puree en bessen sla ik af. Ik houd het bij keks met kokosbrood. Tussendoor heb ik ook al een mueslireep naar binnen gewerkt. Hier kan ik gelukkig wel water bijvullen. Belangrijk, want ik merk dat ik heel veel water drink. Het is trouwens, net als gisteren, zonnig en erg warm!!

Nog steeds heb ik last van mijn schouders, en nu begrijp ik dat ook: door het intensieve gebruik van de wandelpoles (iets wat ik niet getraind heb) worden de schouders redelijk zwaar belast. Maar nu ik weet waardoor dat komt is het geen probleem meer!

Een sms naar Elly is geen optie: we zijn hier buiten bereik van alle moderne communicatiemiddelen. Alleen de organisatie kan nog contact maken met de buitenwereld, en wel via satelliet-telefoon. Maar die wordt enkel voor noodgevallen gebruikt.

Singi 11.15 u – Sälka 17.15 u (12,5 km / 6.00 u)

Ook de rest van de route is zwaar. Hier neem ik al een tip van Anne ter harte: slow down, as much as you can! Dat betekent dus heel rustig lopen en heel veel rusten. Daardoor kan ik gelukkig wel veel meer op de omgeving letten. En wat is het hier ongelooflijk prachtig! Eén van de vele keien wordt mij toch noodlottig: ik rol er op weg en val achterover, op mijn rugzak. Om weer overeind te komen moet ik hem eerst losmaken. En ook nu weer niemand in de buurt. Soms lijkt het wel alsof ik alleen op de wereld ben.

Om 17.15 u kom ik aan bij Sälka Fjällstation, het derde checkpoint. Hier heb ik de mogelijkheid om naar het toilet (type poepdoos) te gaan, en er is ruimte om de tent op te zetten. Naast een redelijk wild stromend bergriviertje vind ik een aardige plek. Drinkwater bij de hand, plek is waterpas: perfect.

Na het opzetten en inruimen van de tent kan ik eten. Jammer genoeg is de kip curry van vandaag wat te scherp, en wellicht ben ik ook te moe om er van te genieten. Een groot gedeelte ervan gooi ik weg (in het toilet).

Na de koffie lig ik om 20.00 u in bed. Ik hoor, naast het voortdurende geruis van het stromende water, erg veel Nederlands om me heen, maar ik heb geen idee hoe druk het nu op het tentenveld is. Dat zie ik morgenochtend wel.

Dag 3: zondag 11 augustus

Sälka 6.00 u – Tjäkta 12.43 u (14 km / 6.43)

Om even over enen moet ik er uit om te plassen. Het veld blijkt nu helemaal vol te staan met tenten.

Tegen 4.00 u ga ik er uit. Ik heb heerlijk geslapen.

Na verzorging, ontbijt en inpakken van de rugzak ga ik naar het toilet. De Japanse buurman komt er net vandaan, en hij breekt nu ook al op.

Om 6.00 u (mijn dag/nachtritme is overduidelijk volledig van slag) kan ik weer aan de wandel. Het zal vandaag naar verwachting een zware dag worden: de route gaat omhoog naar 1140 mas. Ik heb nog geen idee over hoeveel kilometers dat gaat.

Dankzij de kou van vannacht zitten de vlonders nog onder de rijp. Onvermijdelijk gevolg: een glijpartij. Gelukkig kom ik zijdelings op mijn rugzak terecht, zodat ik weer snel overeind kan komen.

Het blijkt inderdaad een zeer zware klim naar boven te zijn. Ook nu weer: slow down as much as you can. Na elke 100 stappen rust ik uit om op adem te komen. En dan bereik ik, toch nog redelijk vlot naar mijn idee, om 10.30 u dat hoogste punt. Zaten we in Nikkaluokta op een hoogte van 500 mas, bij Sälka was dat al 800 mas. Vandaag dus weer 340 meter omhoog gegaan! En ik voel ze alle 340 in mijn benen! Na een gezellig praatje met vier Nederlandse jongens (ingevlogen via Stockholm en daarna 16 uur met de trein om in Kiruna te komen) en een heerlijk zuurtje van een vrijgevige Deen, ga ik na een half uurtje weer verder, op weg naar Tjäkta.

Er wacht mij een landschap met alleen maar keien, rotsblokken en vlonders. Zeer zwaar.

Ondanks dat kan ik mij om 12.43 u melden bij Tjäkta Fjällstation, checkpoint 4. Tegen mijn rugzak aan lig ik hier drie kwartier bij te komen. Om me heen komen steeds meer wandelaars te zitten. Niet iedereen is er even goed aan toe. Een meisje wordt door de eerste hulp onderzocht. Zij heeft vreselijk veel last van haar heupen. Dan blijkt dat ze, naast haar gewone uitrusting, ook nog een zware camera meesjouwt. Die wordt zonder mankeren door een andere, wildvreemde wandelaar overgenomen voor de rest van de tocht. Op de twee blaren die ik aan de binnenkant van beide voeten heb opgelopen plak ik een compeed-pleister. Ik twijfel of ik er goed aan doe om vandaag al weer verder te gaan. Ik ben erg moe, maar de plek hier ziet er niet uitnodigend uit om te overnachten.

Trouwens: als ik hier blijf, loop ik mijn afspraak met Elly in Abisko (di 12.00 u) mis. En dat zal me toch niet gebeuren!

Dus ga ik, na toiletbezoek en het tappen van twee flessen water, om 13.30 u toch weer op pad.

Tjäkta 13.30 u – Alesjaure 17.53 u (12,5 km / 4.23 u)

Het lijkt wel een maanlandschap waar ik door heen moet: keien, keien en nog eens keien. Af en toe een vlonder, af en toe een heel stuk waar water staat. Om het kwartier neem ik enkele momenten rust. En dat werkt. En wat ben ik blij met die twee flessen water!!

Er komen mij ook mensen tegemoet. Vandaag is het o.a. een dame met haar hondje: met een speciale hondenrugzak om. Zo zag ik er vanochtend ook al twee die met de Fjällräven Classic meelopen.

Op een gegeven moment loopt een medewerkster van de organisatie mij achterop. Ze informeert hoe het gaat, geeft aan dat het er wat haar betreft goed uitziet, dat ze mij een wijs man vindt zoals ik mijn tijd en rust neem, en vertelt dat ik om de volgende bocht het checkpoint al kan zien.

Een opbeurend gesprek, waardoor ik met nieuwe moed verder kan. Hoewel: het checkpoint is inderdaad te zien: maar nog wel zes kilometer te gaan. Dat betekent waarschijnlijk nog zo’n drie uur lopen!!!

En jawel: om kwart over vijf sta ik voor de brug bij Alesjaure. Het laatste stuk loop ik op met een Zweed, die zeer belangstellend vraagt hoe het gaat.

Gelukkig biedt men aan deze kant van de rivier een maaltijd van rendierkebab met cola aan; weliswaar voor SEK 140, maar toch! Ik besluit om daar maar gebruik van te maken. Dan hoef ik straks geen maaltijd meer te bereiden. Het smaakt geweldig, en om 17.53 u meld ik mij aan de overkant.

Mijn eerste gang is weer naar het toilet, en als ik terug kom staat iemand mijn rugzak te bewonderen. Ik raak met hem in gesprek; het blijkt een Deen te zijn, die nota bene in Den Haag gestudeerd heeft en nog een aardig woordje Nederlands kan spreken. Erg leuk.

Er zijn hier weer genoeg mogelijkheden om de tent op te zetten. Ik vind een pracht plek, waarvoor ik wel weer over een vlonder heen moet. Na het opzetten van de tent haal ik water uit een enorme watertank bij het checkpoint. Deze watertank wordt door een helikopter aangevoerd (gisteren zag ik er één overvliegen).

Tijdens de koffie gaat het regenen. Geen probleem: ik ben helemaal gesettled.

Daarna neem ik de tijd voor de noodzakelijke verzorging: enkele schrijnplekken smeer ik in met zalf, en de djunga ojla komt nu ook goed van pas! Om mij heen worden allerlei maaltijden bereid. Ik zie de meest verschillende kooktoestellen, maar er zijn ook jonge stellen die alles op een houtvuurtje klaarmaken: terug naar primitief!

Om 20.00 u lig ik in mijn slaapzak. Van slapen komt voorlopig echter nog niets. Allereerst komen er steeds weer nieuwe wandelaars aan die hun tent in de buurt opzetten, en ten tweede ligt er in de tent naast mij op een gegeven moment een meisje/vrouw duidelijk te huilen. Er wordt door haar vriendin behoorlijk op haar ingesproken. En dan is het hier ’s nachts ook nog eens  helemaal licht!

Tegen tien uur tape ik toch nog maar mijn voeten in, en als ik om 1.10 u ga plassen staat de zon al boven de horizon tussen de bergen door te schijnen. Ik creëer wat duisternis door mijn fleecemuts over mijn ogen te trekken, en dan slaap ik tot half vijf.

Dag 4: maandag 12 augustus

Alesjaure 6.55 u – Kieron 14.20 u (18 km / 7.25 u)

Het was mijn bedoeling om vandaag wat uit te slapen. De route is immers naar verwachting korter en eenvoudiger dan de voorafgaande. Toch ga ik er maar om 4.50 u uit.

Tijdens het opbreken zie ik al anderen langs lopen, op weg naar Kieron. Om 6.55 u sluit ik me bij hen aan.

Direct al moet ik over een vlonder, die in mijn gedachten afgelopen nacht steeds smaller en gladder werd, terwijl de afstand eronder tot het water steeds groter werd. Had ik gisteravond maar even gekeken: de beide planken liggen stevig op de grond, en zonder problemen kan ik van start.

Het pad is iets eenvoudiger dan gisteren, maar er liggen nog steeds genoeg keien om voor uit te kijken.

Na zo’n twee uur loop ik op “mijn” Japanner in. We maken even een praatje met elkaar, voor ik verder loop.

En dan komt het onvermijdelijke deel van deze route: door het moeras!! Miljarden en miljarden muggen zijn al wakker en wachten me op! Maar: ze blijven allemaal bij me uit de buurt; waarschijnlijk vanwege de djunga ojla die ik gisteren, en ook vanochtend, heb opgesmeerd.

Af en toe is het goed uitkijken of ik nog wel op het juiste spoor zit. Plotseling merk ik niemand meer om me heen. Met behulp van de gps ontdek ik dat ik op de wintertrail zit. Scheelt slechts 20 meter, maar voor je het weet loop je helemaal verloren. Gelukkig zie ik al snel weer de oranje “spiegels” voor me: ik zit weer goed!!

Rond half tien trekken er donkere wolken de vallei binnen. Ik besluit om uit voorzorg de regenhoes om de rugzak te doen, en ook mijn regenjack komt dan weer tevoorschijn. En jawel: tegen tien uur gaat het regenen. Dat duurt echter maar een kleine twintig minuten, dan klaart het alweer helemaal op.

Een aantal keren deze tocht passeert Elisabeth mij en ik haar. Steeds even tijd voor een korte begroeting en oppepper! Op twee km voor het eind zegt ze dat er bij de finish pancakes staan te wachten! Daar word ik helemaal blij van. Ook al kosten mij die twee kilometers nog anderhalf uur; na de aansporing van Elisabeth: “Hang on, you can do it!!” is dat geen probleem meer.

Na het moeras loop ik over een open vlakte, licht omhoog. Weer veel keien op dit spoor. En dan, na 14 km, wordt het heel zwaar. Veel omhoog, veel grote keien en een smal spoor langs de flank van de berg. Zelfs een vlonderbrug van twee smalle planken, hoog boven het water: ik moet wel heel diep ademhalen voor ik dáár overheen durf. Trouwens: het voorrang geven op de vlonders is geen probleem. Er heerst tijdens deze tocht een ongelooflijk respect voor de ander.

Ook nu moet ik weer veel rusten. Tijdens één van die rustmomenten zie ik hoe achter mij de helikopter naar beneden komt om iemand op te halen of om hulp te verlenen. Wat dat betreft heeft de organisatie het hier wel heel goed voor elkaar!!

Vlak voor het checkpoint gaat het dan tot de brug over de rivier steil naar beneden. Mijn Japanner haalt me net daarvoor in en finisht vóór mij.

Aan de overkant van de brug wordt men gemaand water te tappen, en dan volgen nog 300 meters omhoog tot de blauwe tent. Met twee volle flessen water kan ik mij om 14.20 u melden.

Het is geen optie om nog verder te gaan voor een andere kampeerplek: ik ben zó vreselijk moe. Daarom zoek ik eerst een plek voor de tent. Een ander is daar ook al bezig om zijn tent in te richten.

Als alles weer staat en ingericht is ga ik toch nog maar een waterzak beneden vullen. Dan ga ik kijken of die pancakes wat voor mij zijn. Nou, dat zijn ze. Ik krijg er vijf in mijn etensnap, met een heerlijke, warme lingonsylt. Een grote kop koffie maakt het geheel af. Heerlijk!! Dat scheelt me weer in het bereiden van een maaltijd.

De plek voor de tent is prachtig. Dat vinden drie Zweden (2jongens, 1meisje) ook. Zeer luidruchtig zetten ze hun tenten vlak naast die van mij. Toch schuif ik om 19.00 u maar in mijn slaapzak. Helaas komen er nog twee vrienden bij, en even later wéér twee. Om tien uur heb ik nog geen oog dicht gedaan. Ik ga er uit om te plassen, en ondanks het gepraat en zo slaap ik dan toch tot 3.00 u.

Dag 5: dinsdag 13 augustus

Kieron 4.55 u – Abisko 12.00 (17 km / 7.05 u)

Om half vier ga ik er dan toch maar uit. Als ik bezig ben om de tent op te breken merk ik, dat ik ook vanochtend niet de enige ben. Mijn overbuurman is al aan het inpakken, evenals enkele mensen aan de andere kant van het veld. Er komen zelfs nu al wandelaars aan, om direct verder te lopen. De dames van de incheck zijn ook al weer paraat, en de koffie staat klaar voor wie dat wil.

Om 4.55 u kan ik vertrekken. Ik word uitgezwaaid door de koffiedames.

Net als alle voorgaande dagen is het in het begin geen probleem, die rugzak op mijn schouders. Maar ook vandaag zal hij met het uur wel weer zwaarder aanvoelen…..

Al gauw kom ik bij de ingang van het Abisko National Park. Een uitgestrekt natuurgebied, waar het slechts is toegestaan op aangewezen plekken te kamperen.

Ik ontmoet een drietal Achterhoekers: vader, moeder, zoon. De laatste heeft een handige manier om water te tappen: hij hangt zijn mok aan de wandelpole, en kan dan zo water ophalen. Slim!

De tocht gaat vandaag voornamelijk door bos en over weilanden, die dan wel erg drassig zijn. Veel vlonders, dus.

De gps komt zelfs een keer goed van pas: als er drie mogelijkheden zijn om verder te gaan, kan ik exact zien waar de track loopt. Anders zou het, volgens een mede-wandelaar, wel erg veel meer wandeltocht worden voor het zelfde geld!

Ondanks de regels zie ik toch verschillende tenten aan de oever van de rivier staan.

Ik doe het heel rustig aan, vandaag. Steeds berekenend hoever ik nog moet (ook daar is de gps een uitstekend hulpmiddel bij) neem ik voldoende rust om niet te vroeg te finishen. Op 5 km voor het eind neem ik de tijd voor een extran drankje en keks met kokosbrood, en op 3 km heb ik zelfs twintig minuten over. Een Taiwanees, woonachtig en studerend in Helsinki, houdt me daar gezelschap. Terwijl we wat zitten te praten komt er weer een andere wandelaar langs: “I have to hurry; I only have two more cigarettes on me…”

Na een laatste steile klim kom ik om half twaalf aan het eind van de Kungsleden-track, bij de houten “arch”. Het gebouwtje markeert het begin/eind van Kungsleden; daar wordt men verzocht naam en evt. bijzonderheden te noteren als men gaat hiken.

Ook daar wacht ik twintig minuten. Een mooi moment om de laatste gebeurtenissen te noteren. Met een terugblik op de tocht kan ik nu al zeggen, dat ik mentaal helemaal “opgeschoond” ben. En ik ben er trots op hoe ik zonder problemen tegenslagen heb opgevangen en dankzij mijn doorzettingsvermogen deze tocht heb kunnen lopen. Verschillende mensen manen mij om naar de finish te gaan, maar ik heb een excuus om te wachten: “I have an appointment at twelve, there; my wife is waiting for me!!”

Om tien voor twaalf hijs ik voor de laatste keer de rugzak op de schouders. Onder de weg door, een laatste klimmetje naar boven, en daar is dan de finish! En Elly, die al op mij staat te wachten. Onder applaus van de al aanwezige wandelaars val ik haar in de armen.

Ik heb de Fjällräven Classic gelopen, en wat ben ik blij dat ik op deze manier de finish heb gehaald.

Na het uitchecken krijg ik een badge, medaille en felicitaties.

Als ik naar binnen ga voor toiletbezoek laat ik zonder probleem mijn rugzak onbeheerd liggen. Dat kon overal langs de route. Eigenlijk de wereld zoals die er uit hoort te zien.

En dan, na een innige omhelzing van Elisabeth en een al even warm afscheid van mijn Japanner kijk ik terug op een loodzware maar schitterende tocht.

Na 99 uur onderweg te zijn geweest, waarvan ik 42.24 uur heb gelopen, bereikte ik uiteindelijk ………….. Abisko!!!

%d bloggers liken dit: