Alle berichten door siccodegroot

Van Den Helder naar Hoek van Holland

We zijn net twee weken thuis van ons uitstapje naar de Achterhoek, Skåneleden en ’t Gooi of het begint alweer te kriebelen. Nu we weer in ons gewone dagelijkse ritme zitten missen we vooral de regelmaat van onze wandeltochten. Maar gelukkig kunnen we daar iets aan te doen.

We hebben inmiddels een tweetal dagen achtereen tussen Hoek van Holland en ’s Gravenzande over het strand gelopen, en dus besluiten we dat het misschien wel leuk zou zijn om een eigen Strandmeerdaagse te gaan doen. Zo snel als je het kunt zeggen, zo snel voeren we het uit.

En dus rijden we op dinsdag 18 juli naar Callantsoog, waarvandaan Elly haar 1e etappe naar Den Helder zal lopen. Ik rijd door naar Den Helder en loop Elly over het strand tegemoet. Halverwege ontmoeten we elkaar: dan nemen we de tijd voor een bescheiden picknick op het strand. We vervolgen elk onze eigen weg, zodat Elly mij met de auto in Callantsoog kan ophalen. Perfect geregeld.

De volgende etappes herhalen we deze procedure. Geen gedoe met openbaar vervoer, en afwisselend de zee links of rechts, al naar gelang wie er noord- of zuidwaarts loopt.

Het is een aparte discipline, lopen over het strand. Met wat geluk is het afnemend water, zodat er een vaste ondergrond is. Maar vaak moeten we door mul zand sjokken, waardoor we behoorlijk aan snelheid inleveren.

Eigenlijk dacht ik van tevoren dat het wel eens saai zou kunnen zijn. Je loopt immers dagen achtereen in een zelfde omgeving: de branding aan de ene kant, de duinen aan de andere kant en dat is het dan wel.

Niets is minder waar!

Op warme dagen moeten we rond de duinovergangen laveren: de mensheid heeft dan in al zijn diversiteit bezit genomen van het gehele strand.

Op dagen met veel wind (we hebben een flinke windkracht 7 meegemaakt) is het uitkijken voor de vliegers die boven het strand buitelen. Vaak is men met zijn drieën bezig een vlieger in de lucht te houden: de één houdt de vlieger vast met behulp van een gordel om zijn/haar middel, de andere twee proberen hem/haar met beide benen op de grond te houden. (En dat kost soms veel moeite..).

Elke dag zijn er, ongeacht de weersomstandigheden, mensen die gaan zwemmen in de zee.

En dagelijks worden er ongelooflijk veel honden uitgelaten.

Het is dan ook wel bijzonder dat we ook vaak hele einden liepen zonder ook maar iemand tegen te komen. Wat dat betreft is het Noordzeestrand de plek bij uitstek om tot rust te komen en je gedachten op orde te krijgen.

Zo hebben we de stranden bij Den Helder, Callantsoog, Schoorl, Egmond aan Zee, Castricum, Velsen, IJmuiden, Zandvoort en Noordwijk onder ons voorbij zien gaan.

En dan komen we, tijdens de 8e etappe, bij Katwijk.

Het strandhuis daar was een geliefde plek van Elly’s hartsvriendin Reiny.

Daar, waar de as van Reiny werd uitgestrooid, verzamelt Elly zand voor de herinneringsplek thuis.

Deze plaats, deze handeling en dit moment: hier is het mogelijk om de tranen en het verdriet ruimte te geven. Want hoewel we weten en beseffen dat ze niet meer bij ons is, leeft Reiny wel voort in onze gedachten.

Via Wassenaar komen we bij Kijkduin. Daarvandaan lopen we samen de laatste etappe. Met het openbaar vervoer (vooruit: het is maar voor één keer….) naar het Deltaplein, en dan het strand op richting Hoek van Holland. Hier geldt: “De laatste loodjes wegen het zwaarst….”, als we met windkracht 7 tegen door het mulle zand moeten sjouwen.

We kunnen terug kijken op tien dagen van branding, meeuwen, wind, zand, zon en regen, en we zijn gepast trots op de totale afstand van 133,5 km!!

Daarom trakteren we onszelf als afsluiting op een welverdiende lunch in de laatste strandtent bij Hoek van Holland.

De volgende wandeltocht zal vast niet lang op zich laten wachten!

Van Sassnitz tot Baarn

De schoolkamp-kinderen op de camping hebben weinig keus. Gedwee zingen ze mee met het docententeam dat enthousiast en vol overgave in een uur tijd alle liederen uit het Handboek voor de Scouting erdoorheen jast: van “Kortjakje” tot de “Zeppelin”, van “Berend Botje” tot “Advocaatje”, van “Mijn Tante uit Marokko” tot de “Nederlandse Amerikaan”. Dankzij deze kampvuurklassiekers worden andere kampeergasten overmand door de herinneringen aan hun eigen schooltijd; sommigen bestaan het om zelfs mee te gaan zingen. Kortom: Kampeerjolijt op ene Nederlandsche Camping.
Voor het overige horen we hier, op de camping in Baarn, enkel de bekende geluiden van duiven; nog geen koekoek: die hebben we dus toch ergens achter gelaten!! 

Hiervandaan zullen we de Gooise Vierdaagse gaan lopen. Na Lübeck (met een bezoek aan de oude stad) en Erlengrund (met een extra rustdag) zijn we daar wel weer klaar voor. 

De organisatie is zo goed als perfect: uitgebreide route-kaarten, uitstekend gepijlde routes, rustpunten onderweg en een schitterende wandelomgeving. Elke dag starten we samen, en na een uurtje lopen scheiden zich onze wegen: Elly vervolgt de route van de tien kilometer, ik die van de twintig. Voor Elly is het vooral een tocht terug in de tijd. Langs Crailoo, het Wasmeer en de Westerhei bij Laren herbeleeft ze haar jeugd weer.

Na een tocht van 160 km in Zweden zou je mogen verwachten dat deze Vierdaagse voor mij een makkie is. Niets is minder waar. Niet vanwege de ondergrond (we lopen veel over bos- en heidepaden), maar vooral door het feit dat ik hier geen eigen “baas” ben: vaste vertrektijden, veel mensen en dus drukte om me heen, toch proberen binnen een bepaalde tijd de afstand af te leggen; ik mis duidelijk de rust en de stilte. Want overal om mij heen gebruiken veel mensen, vooral vrouwen, de wandel-etappes om op luide toon te converseren over alle mogelijke, maar vooral ook onmogelijke onderwerpen. Examenperikelen, de bouw van een serre (“Hij moet en zal hem hebben, ik heb er zo mijn twijfels over…”), de ex van Ome Jan (“Zij heeft hem he-le-maal uitgekleed”), Zalando (“Heb je daar nog nooit van gehoord?”), kleding (“Ik heb toch maar een langer shirtje aangedaan; zit veel lekkerder”), het verzorgingstehuis waar opa in zit, de aardappeloogst en het weer, het weer en nog eens het weer: alles komt voorbij. Vaak houd ik dan even in, zodat ik letterlijk afstand kan nemen. En als dat niet lukt heb ik mijn “oortjes” nog…..

Omdat we voorheen wel eens niet voorbereid waren op kou, hebben we nu overal aan gedacht: thermo broek, thermo shirt, dikke sokken, donsjack, noem het maar en we hebben het bij ons. Maar even zo goed kunnen we dat allemaal in de caravan laten. Met de 33 graden op donderdag hebben we géén rekening gehouden. Wel komt op zaterdag de regenkleding van pas. Maar dat is alweer de laatste dag, en we kijken al uit naar de finish. Vanuit de organisatie zullen alle wandelaars feestelijk worden binnen gehaald. Maar ja, niet alles loopt zoals voorzien. Elly finisht om half twaalf, en er is niemand die daar naar om kijkt. En als ik om even over enen over de streep kom is zij de enige die mij verwelkomt. Men is er duidelijk nog niet klaar voor: op de parkeerplaats is de blaaskapel bezig om de instrumenten uit te pakken; de geluidsinstallatie wordt getest, en de dozen met de medailles worden net binnengebracht. Wij bouwen derhalve ons eigen feestje bij de caravan, want trots zijn we wel op de 43 km van Elly (in totaal 92 km) en de 80 km van mij, waardoor mijn totaal op 320 km uitkomt.
Na een dag van inpakken, opruimen en schoonmaken rijden we ‘s maandags weer naar Vlaardingen. De caravan gaat direct door naar de stalling, en wij komen thuis met kratten en tassen vol bagage en stapels wasgoed. Luidkeels worden we verwelkomd door poes Prue. Namens haar bedanken wij hierbij de buurman én Manon, die haar dagelijkse verzorging op zich genomen hebben.

Als we even de tijd nemen om de foto’s van deze vakantie te bekijken horen we weer de vanouds bekende geluiden om ons heen: het verkeer in de verte op de snelweg, een schoonmaakwagen door de straat, een boormachine ergens in de flat, een motorrijder die even extra gas geeft, en het tikken van de klok aan de muur. Wat zijn we blij dat dát geen koekoeksklok is…

Van Åstorp naar Brösarp.

Vijfhonderd meter, slechts vijfhonderd meter. Ik doe er veertig minuten over, vanwege het stijgingspercentage van twintig procent. Mijn wandelpoles komen nu goed van pas. Na elke vijftig stappen moet ik op adem komen. Dan neem ik ook de tijd om even om me heen kijken. Want ondanks de zwaarte van deze derde etappe van Skåneleden, SL 3 Ås till Ås, is de hele tocht zo ongelooflijk prachtig……
In negen dagen loop ik in Skåne, in het zuiden van Zweden, van Åstorp naar Brösarp, een afstand van 160 km. Een tocht door een adembenemende, prachtige natuur. Afwisselend door dichte bossen, langs uitgestrekte weilanden, door ravijnen en over berghellingen, langs landwegen en over rotspaden….. En het is vaak zwaar; veel rotsblokken waar ik overheen of omheen moet, smalle paadjes met steile beklimmingen en even steile afdalingen, vlonders over modderpoelen en waar ze ontbreken door de modder. Maar dan, om even bij te kunnen komen, hele stukken over landwegen en sintelpaden. 
Vaak voel ik me volkomen alleen op de wereld. Slechts een enkele hardloper, een enkele belangstellende bewoner (“Wat bent U aan het doen en vooral: Waarom doet U dat…..”) en een paar hikers die me tegemoet komen zijn de enige mensen die ik zie. 
Met markeringen van oranje pijlen, ringen om de bomen en stippen op rotsblokken is het redelijk eenvoudig de route te volgen. Maar natuurlijk is het onvermijdelijk dat ik af en toe verkeerd loop. Meestal merk ik na zo’n 100 meter wel dat er geen markeringen meer zijn. Dezelfde afstand en route terug en de trail is gauw weer opgepikt. 

Eén keer echter gaat het mis: een markering gemist, even niet opgelet of afgeleid, en voor ik het in de gaten heb loop ik volkomen verloren. Dankzij mijn gps-apparaat vind ik een tourist-information-center, maar als ik daar aankom sta ik voor hetzelfde informatiebord als twee uur eerder: een extra rondje van zeven kilometer rondje gelopen, dus… Om niet nog meer om te lopen (op dit moment heb ik toch alweer meer dan 16 km afgelegd) laat ik Elly weten waar ik uithang en terwijl ik op haar wacht hoor ik in de verte het spottende geluid van een koekoek.

Vooral dankzij Elly is deze tocht een succes geworden. De etappes beginnen en eindigen op plekken waar je niet met openbaar vervoer kunt komen, zo afgelegen soms. Gelukkig brengt zij me elke dag naar de startplaats, en na mijn wandel-etappe van die dag haalt zij mij weer op. Een betere begeleiding had ik me niet kunnen wensen. Tussendoor heeft Elly zelf gelukkig ook nog voldoende de gelegenheid om haar eigen tijd in te vullen bij de caravan en aan het strand.
Het zit erop. Na deze fantastische hike gaan we terug naar Nederland. Via campings in Lübeck en Erlengrund strijken we volgende week neer in Baarn. Dan wacht voor ons beiden nog de Gooise Wandelvierdaagse. Voor Elly om ook lekker te kunnen lopen, voor mij om af te trainen.
Voorlopig zeggen we Zweden even vaarwel. Tot volgend jaar.

Nog even en de veerboot meert aan in Sassnitz.

Van Doetinchem tot Sassnitz.

Koekoek, koekoek, koekoek…… onze eerste nacht op camping Kemperplas worden we wakker gehouden door een irritante, doordringende en aanhoudende super audio-selfie van een vogel. Soms is echte “natuur” wel erg wennen…..We zijn, zoals gezegd, op Kemperplas, een kleinschalige camping ten zuiden van Doetinchem om de Achterhoekse Vierdaagse van resp. 20 en 12 km per dag te gaan lopen.

Met een gehuurde fiets ben ik elke ochtend ruim op tijd voor de start om acht uur. Na een opbeurende toespraak van de organisatie, elke dag weer, met veelal nutteloze informatie, mag de groep weg. En elke dag loop ik het eerste half uur verplicht te luisteren naar mijn babbelende, kwetterende en luidkeels converserende mede-wandelaars. Daarna wordt het rustiger en kan ik echt genieten van het lopen. Ondanks de hitte van de laatste twee dagen gaat het heel goed. Ook met Elly: op de derde en vierde dag komen we elkaar bij de laatste controlepost tegen, zodat we samen naar de finish kunnen.

Eigenlijk is deze wandeltocht een opwarmertje voor wat we in Zweden van plan zijn, namelijk een gedeelte van Skåneleden lopen. En dat vereist uiteraard wel wat wandel-voorbereiding.

Na de vierdaagse gaan we op zondag door naar camping Erlengrund, in de buurt van Hannover. Gelukkig heb ik gereserveerd, want er zijn hier maar tien toeristische plaatsen. Een vriendelijk welkom, een fantastische plek waar de caravan niet afgekoppeld hoeft te worden, een restaurant waar we een heerlijke jägerschnitzel eten, en een ongelooflijk oud en vervallen toiletgebouw. Je kunt blijkbaar niet alles hebben. Gelukkig is het ’s nachts heel stil; er is zelfs geen koekoek te horen…..

De volgende dag gaan we door naar Lübeck. Ook daar kan de caravan aan de auto gekoppeld blijven. Voor deze grote camping heb ik niet gereserveerd. Gelukkig zijn we hier al vroeg in de middag; ondanks het grote aantal plaatsen staat het al snel vol, voornamelijk met mensen die een overtocht naar Denemarken of Zweden geboekt hebben. Ondanks de drukte is het erg rustig hier, totdat: jawel: midden in de nacht een koekoek onze slaap weer verstoort. Het is maar goed dat we vroeg op moeten, de volgende ochtend.

Dat gebeurt dan onder het geweld van een zwaar onweer met heel veel regen in zeer korte tijd. Ondanks dat zijn we voor achten al op weg. Door een schitterend landschap rijden we richting Sassnitz. We passeren onderweg een verlaten wachttoren op de voormalige grens tussen Oost- en West Duitsland. Een bizar overblijfsel uit een grauw verleden.

Dankzij wegafsluitingen, zonder dat er omleidingen worden aangegeven, rijden we kris kras over het schiereiland in de hoop dat onze tomtom de veerhaven kan vinden. Langs smalle landweggetjes en door een pittoresk dorp, over de kasseien, komen we toch nog op tijd aan. Het is wel even zoeken waar we kunnen inchecken, want ook deze informatie is slecht aangegeven. Met een uurtje respijt sluiten we aan in de rij caravans en campers. 

We wachten op de boot naar Zweden.

Dat is heel wat voor een kat.

Het boekje “Dat is heel wat voor een kat” van Judith Viorst heb ik in vroeger dagen regelmatig aanbevolen aan kinderen op school, als ze verdrietig waren om het verlies van hun poes of kat.In dit boek wordt aan kinderen gevraagd of ze iets leuks kunnen noemen over hun kat. Misschien zelfs wel twéé leuke herinneringen. En als ze dan komen tot wel tien leuke dingen kun je met recht zeggen: “Dat is heel wat voor een kat, vind je niet?”
Zestien jaar geleden, augustus 2000. We halen in Noord-Brabant twee hele kleine poesjes op. Halfzusjes van elkaar. De éen is zwart, de ander is grijs-bont. We noemen hen Prue en Piper, naar de karakters in de televisie-serie Charmed.

Wat waren ze schuw, in het begin. En wat was het voor hen onwennig, zo’n groot, ander huis. We leerden hen de weg naar het eten en drinken, en begeleidden hen naar de kattenbak. En langzaam aan wenden ze aan de nieuwe omgeving en aan ons.
Piper ontwikkelde zich al snel als “mijn” poes. Prue bleef de deftige dame op de achtergond.

Als wij op vakantie waren werden ze liefdevol verzorgd door verschillende buren, en later door dochter Manon. En als we dan weer terug waren volgden er slapeloze nachten, omdat vooral Piper ons niet uit het oog wilde verliezen.
Een maand geleden merkten we dat Piper problemen kreeg met lopen, liggen en eten. Na een eerste bezoek aan de dierenarts bleek ze last te hebben van een blaasontsteking en een ingezakte rug. Ondanks een aantal injecties met penicilline en pijnstillers werden de klachten al gauw erger. Zo erg dat ze nauwelijks meer van haar plaats kwam, niet meer wist hoe ze moest liggen en helemaal niet meer aan eten toekwam.

Er zat niets anders op dan afscheid van haar te nemen.
En zo kwam als vanzelf de titel “Dat is heel wat voor een kat” weer in mijn gedachten naar boven.
Ze sliep ’s nachts boven mijn hoofd, haalde regelmatig uit met haar pootje om even te controleren of ik wel wakker was.

Ze begroette me ’s morgens, zodra ik op de bank ging zitten, met eindeloze, geluidloze verhalen.

Ze kwam naar de hal als ik bij thuiskomst mijn schoenen uittrok.

Als ik naar de televisie keek vond ze eigenlijk dat ze te weinig aandacht kreeg.

Bij het neerzetten van het eten keek ze altijd eerst even naar Prue: als zij het lekker vond dan was het goed.

Zodra de balkondeur openging sjokte ze naar buiten, om daarna meestal gauw weer naar binnen te komen.

Pakte ik de borstel, dan sprong ze zelf al op de tafel; heerlijk vond ze dat schoonborstelen.

Het knippen van de nagels was altijd een hele strijd; maar zolang het op haar manier gebeurde was het goed.

Zodra we de deur uit wilden ging zij pontificaal op de drempel liggen: “Ik laat jullie niet gaan!”

En als ze bij mij op schoot kwam, wat de laatste tijd steeds vaker gebeurde, dan zorgde zij er wel voor dat mijn armen helemaal schoongelikt werden.

Zoveel mooie herinneringen: dat is heel wat voor een poes, vind je niet?
Ze heeft een goed leven gehad, en ze heeft mijn leven op onnavolgbare wijze verrijkt.

Funen, Denemarken.

Heup en schouders, voet en been, voet en been……Een variatie op het welbekende kinderliedje spookt door mijn hoofd nu ik terugkijk op een zeer kortstondige Fjällräven Classic Denmark.

Aan de voorbereidingen en trainingen heeft het niet gelegen. In Drenthe fietsen we elke ochtend vanaf de camping naar de start van de Vierdaagse. Een camping, trouwens, die gerund wordt door een collectief van oudere echtparen. Elke week is een ander echtpaar “campingbaas”. Men wil er duidelijk niet aan dat wij zouden weten hoe we moeten kamperen. De caravan neerzetten gebeurt onder scherp toezicht (want hij moet exact op de juiste plaats staan), er moet een aansluiting gemaakt worden met de riolering, het electra mag alleen maar door de toezichthouder worden aangesloten…. Kortom: regeltjes, regeltjes en nog eens regeltjes.
Dan is de organisatie van de Vierdaagse totaal anders. Vertrektijd half negen, maar ach, wat maakt het ook eigenlijk uit; zie maar wanneer je vertrekt. Een onverschillige stempelaar en weinig aandacht als je je komt afmelden na de wandeltocht. Maar goed: het gaat ons om het lopen. Vier dagen lang, afwisselend saaie tochten langs kaarsrechte kanalen en over eindeloze polderwegen, en ploeteren door mul zand en over bospaden. Een medaille kan er niet af, we moeten ons na afloop tevreden stellen met een enkele roos.

Na het ophalen van de nieuwe zooltjes en na een laatste fysio-behandeling kunnen we dan door naar Denemarken. De camping op Funen is gigantisch groot. In het weekend zeer druk, door de week bijna uitgestorven. We gebruiken het eerste weekend om te trainen. Eén dag met de grote rugzak, twee dagen met de kleine (maar wel met veel gewicht). Op maandag besluit Elly om niet te gaan lopen: vooral de bepakking veroorzaakt teveel spanning en pijn in de benen. Ikzelf merk dat het zwaar is, maar ik heb wel het idee dat ik het aan kan.
Woensdag 22 juni is het dan eindelijk zover. Om tien voor zeven ’s morgens staan we te wachten voor een slagboom die niet open wil. Pas om zeven uur precies kunnen we weg! Na een uur rijden komen we bij het startterrein. De enige weg er naar toe is opgebroken wegens riolerings werkzaamheden. Het duurt daarom een tijd voor we, via het gras en door de modder, het parkeerterrein bereiken.
Het inchecken verloopt vlot. We krijgen alleen snacks en voedsel mee voor overdag. De warme maaltijd wordt pas na de eerste wandeldag uitgereikt.

Plotseling frunnikt er iemand aan mijn rugzak. Een medewerker van de organisatie vindt dat mijn rugzak niet goed zit! Hij verstelt een paar gespen waardoor hij strakker om de schouders komt te zitten. Ik ben te verbouwereerd om te protesteren, laat staan om hem tegen te houden.

Er wordt inmiddels een nerveuze spanning voelbaar bij de eerste honderd wandelaars. En het enige beschikbare toilet is defect!!!

Na een lange speech in het Deens, en een korte samenvatting ervan in het Engels, kunnen we om vijf over negen weg. Het is erg warm en benauwd. Het idee van een redelijk vlak landschap kan ik direct al laten varen: het is veel en lang klimmen. Bospaden, weilanden, moddersporen en sintelpaden doen mijn voeten geen goed. En mijn schouders ga ik door de veranderde afstelling van de rugzak behoorlijk voelen.

Het eerste checkpoint is op twaalf kilometer. Al ruim daarvoor begin ik mijn linkervoet weer te voelen. Precies die plekken die pas nog uitgebreid behandeld zijn door de fysio-therapeute. Ik neem na het afstempelen wat rust, maar dan merk ik dat ik eigenlijk te moe ben om verder te kunnen. Verstandig als ik (soms) ben besluit ik uit te stappen.

Gelukkig werkt de telefoonverbinding hier goed: Elly vindt mij via de locatie-voorzieningen en meldt mij af bij de organisatie. Een plotseling einde van wat zo mooi had kunnen zijn.
De twee dagen die ik anders gelopen zou hebben gebruik ik nu om het hele gebeuren te verwerken. Inmiddels kan ik weer “gewoon”, zonder extra gewicht op de schouders, lopen. We kunnen daardoor toch ook genieten van een paar extra rustige vakantiedagen.

Nu gaan we ons langzamerhand voorbereiden op de terugreis naar huis.
Het lopen geef ik niet op, net zoals Elly dat niet zal doen. Maar eerst nemen we de tijd om volledig te herstellen, want mijn heupen, schouders, voeten en benen wil ik niet meer zo voelen als tijdens deze hike!

We zijn er bijna…….

🎵We zijn er bijna, we zijn er bijna, maar nog niet helemaal…..🎵
Het startschot heeft geklonken, de wandelpassen zijn gescand, en vóór mij begint een groepje van vijf fleurig uitgedoste dames van achter in de twintig al te zingen. Op deze eerste dag van de Achterhoekse Wandel Vierdaagse, met zo’n 20 kilometer voor de boeg zijn ze wel erg voortvarend. Gelukkig voor mij moeten we al snel bij verkeerslichten een drukke weg oversteken, waardoor de groep uit het oog en vooral uit het oor raakt!

Het begon moeizaam, vanochtend. De gang naar het toiletgebouw op de camping was pijnlijk, zeer pijnlijk. Mijn linkervoet en -enkel spelen op, waardoor ik meer strompelde dan liep. Tijdens de fietstocht naar de start heb ik gelukkig geen last, en na een goede twee kilometer lopen merk ik tot mijn grote vreugde dat de pijn helemaal verdwenen is. Daartoe heb ik mijn enkel uiteraard wel afgeplakt met tape, waardoor ik een goede ondersteuning heb. 

Na een fraaie tocht door het bos, over karresporen en langs polderwegen ben ik vroeg in de middag alweer bij de finish. En zo volgen er nog drie dagen van ’s morgens strompelen, langzaam opwarmen van de spieren bij de start en uiteindelijk goed kunnen lopen. Schitterende parkoersen zijn hier door de organisatie weer uitgezet: door Montferland (klimmen en dalen), door dorpjes als Braamt, Kilder en Gaanderen, langs de Oude IJssel en door stadion De Vijverberg: afwisseling genoeg. 

Op de laatste dag loopt Elly weer een afstand mee: de twaalf kilometer, omdat ook zij last heeft van de enkels. Elly had al een bezoek gebracht aan de podoloog, en voor haar zijn er nieuwe zooltjes in de maak. Voor mij is het ook duidelijk: ik ga komende week weer even langs bij het Orthopedisch Centrum Rotterdam, om te laten onderzoeken of ik met de aanpassing van mijn zooltjes ook weer goed in balans kan komen. 

En toch: ondanks de opstartproblemen aan het begin van elke wandeltocht hebben we er nog steeds veel plezier in. We zijn er nog lang niet, maar dat gaat vast goed komen.
Elly is inmiddels zeer tevreden over de nieuwe zooltjes die al klaar liggen als we weer thuis zijn. Bij het OCR, waar ik enkele jaren geleden behandeld ben aan mijn achillespees blessure, herkent men mij. Ook bij mij worden nieuwe zooltjes aangemeten, en met een drietal fysio-therapeutische behandelingen moet het weer helemaal goed komen. Wij krijgen in elk geval allebei de verzekering mee dat we zonder problemen kunnen blijven trainen, en dat we op tijd “klaar” zullen zijn voor de Fjällräven Classic Denmark, eind juni.
Afgelopen zaterdag hebben we, na drie keer een tocht van zo’n tien kilometer in de omgeving te hebben gelopen, weer een echte wandeltocht gemaakt: 20 kilometer rondom Scherpenzeel. En we waren allebei blij verrast dat we deze tocht zonder pijn konden volbrengen. Dus gaan we deze week vol goede moed beginnen aan de Vierdaagse van Diever. Vier dagen, elke dag twintig kilometer, door het bos, over zandpaden en door heidevelden. Een goede ondergrond voor onze training.
🎵We zijn er bijna, we zijn er bijna…..🎵