APELDOORN

Laat ik vooropstellen dat ik diep respect heb voor een ieder die de Apeldoornse Vierdaagse loopt.
Het vereist namelijk nogal wat conditie, doorzettingsvermogen en vooral ook uithoudingsvermogen om dit te doen.
Daarbij maakt het niet uit welke afstand er gelopen wordt; ieder loopt met zijn of haar eigen gedachten, doelstellingen, verleden en toekomst. Ieder verlegt de grens voor zichzelf.
Soms kun je zien dat het pijn doet; vaak ook niet. De pijn die bij veel mensen van binnen zit wordt uiteraard niet altijd getoond.
Voor al deze mensen: chapeau!

Mijn deelname aan de Apeldoornse Vierdaagse begint met de wekker, die ’s morgens om vijf uur afloopt. (De eerste dag was ik al lang vóór de wekker afliep wakker!)
Om kwart over zes stap ik op de fiets om naar de start te gaan.
Precies om zeven uur, na het aftellen van de laatste tien seconden, start de etappe van zo’n dertig kilometers.
Vier dagen lang hetzelfde ritme, dezelfde tijden, dezelfde discipline.
Vanwege het vroege tijdstip lijkt dit in de verste verte niet op vakantie, ook al kamperen we met de caravan op Camping De Wapenberg in Ugchelen.
En toch doe ik het, weer……

Als de meute van zo’n zeshonderd mensen zich in beweging heeft gezet zit ik daar middenin. Tussen al die mensen voel ik me niet echt op mijn gemak. Want naast het lopen heb ik te maken met een groot aantal nevenverschijnselen: Er loopt iemand te zingen (!), een ander gaat mee lopen neuriën, voor en achter mij bespreken velen het weer, de voetbalwedstrijden van gisteren, de Tour-etappe die verreden is, de tenniswedstrijden van Wimbledon….. En tot overmaat van ramp krijg ik alles mee over de sokken-brei-wedstrijd van het dorp, de problemen rondom een drachtige pony, het wel en wee van een schoonvader die zijn testament niet wil maken…. 

Na een paar kilometers gelopen te hebben valt de groep trouwens wel uit elkaar. Dan heb ik allang mijn iPhone-oortjes te voorschijn gehaald: daarmee kan ik mij afsluiten voor alle prietpraat om mij heen. Ik kom namelijk om te lopen, en dan ook nog het liefst alleen….

Natuurlijk stel ik mezelf de logische vraag: “Als het lopen in zo’n massa zo lastig is voor mij, waarom heb ik dan toch voor deze tocht gekozen?”
Het antwoord is minstens zo logisch: hoofdzakelijk vanwege de discipline om vier dagen achter elkaar dertig kilometer (en vaak iets meer) te moeten lopen.
Geen excuus om een dag over te slaan, bijvoorbeeld om het weer, omdat ik geen zin heb of omdat ik wat pijntjes voel, hier en daar. Want die pijntjes heb ik zeker wel. Vermoeide voeten, spierpijn in de kuiten, stramme schouders.
En ook geen excuus omdat ik er soms even helemaal doorheen zit. Want dat gebeurt natuurlijk ook: het gaat niet altijd even gemakkelijk. Wat dan zeker niet helpt is het feit dat zovelen mij passeren – alsof ik niet vooruit te branden ben! Maar goed, die mensen zie ik dan later terug bij de rustpost, als ze uitgeteld bij zitten te komen van het snelle wandelen…
Op de vierde dag bereik ik, na 130 km lopen, voor de laatste keer de finish.
Moe, maar voldaan. En helemaal gelukkig omdat Elly mij daar opwacht!

Na de 970 kilometers die ik dit jaar als training heb gelopen weet ik dat ik er alles aan gedaan heb om de “Höga Kusten Hike” in Docksta en de “Fjällräven Classic” in Nikkaluokta te kunnen volbrengen.

Voorlopig is ons volgende reisdoel Beerta, Groningen.
Volgende week wacht dan de overtocht van Kiel naar Göteborg.

Sverige: vi kommer!
(Zweden: we komen er aan!)