St. Olavsleden IV

Ristafallet, 2015, 23 augustus.

Met het geluid van de waterval op de achtergrond overdenk ik op deze zondagochtend de laatste etappes van het St. Olavsleden. Afgelopen week hebben we iets meer dan honderd kilometers afgelegd om in Åre te komen. De laatste twee dagen heeft Elly ook mee kunnen lopen.
Nu ik zit te schrijven merk ik hoe ongelooflijk moe ik ben. Lichamelijk moe, want ook deze laatste week was het vijf dagen lang voornamelijk veel klimmen en dalen.
Maar hoe geweldig is het om op deze manier moe te mogen worden! Tijdens het lopen merk je dat namelijk niet: je komt in een ritme, een trance, waardoor je tot veel meer in staat bent dan je ooit voor mogelijk hebt gehouden. Eerlijk gezegd waren er de afgelopen dagen soms stukken bospad of sintelweg die ik me achteraf niet meer voor de geest kan halen. De indrukken die je onderweg opdoet worden namelijk soms zo overweldigend, dat je niets meer opneemt. Daardoor ben ik mentaal wel heel erg tot rust gekomen. Uiteindelijk kom je dan zover dat je eigenlijk niet wilt dat het afgelopen is. Het doel, in ons geval de stad Åre, was niet meer belangrijk. Veel belangrijker was de reis zelf, de route, het onderweg kunnen zijn en één te worden met de omgeving.
Het woord “gelukkig” past hier bij!

Op maandag begint de tocht weer in Rödön. Een gehucht met een kerk en drie huizen. Een uur lang loop ik langs de weg, waarbij tijdens deze maandagochtendspits vier auto’s mij passeren. Dan mag ik het bos in om bij de St. Olofs Källa een stempel te zetten. Vanaf nu worden de Noorse en Zweedse namen “Olof” en “Olav” door elkaar gebruikt. Vanuit het bos loop ik tussen de verspreid staande boerderijen over een hoogvlakte, waarbij het in de zon behoorlijk warm is. Ik ben blij dat ik in ieder geval voldoende water, namelijk drie bidons, heb meegenomen.
Door een nieuwe route is de afstand vandaag langer dan gepland. Via de kerk in Näskott kom ik door Nälden, waarna ik nog vier km verder moet om in Vaplan te komen. Weer langs de weg, maar ja: in de voetsporen van Olav heb ik geen keus!
De volgende dag begint heel anders: ruim een uur lang loop ik door een bos langs de oever van een groot meer. Met steeds weer wisselende vergezichten is het een pracht wandeling. Tot ik na vijf km uitkom op jawel: de asfaltweg. Vanaf nu is het een kwestie van doorzetten, volhouden en proberen de zinnen te verzetten door je steeds weer te focussen op het volgende herkenningspunt in de verte. Wonderwel werkt dat mentaal zeer rustgevend!
Pas na zestien lange en zware kilometers sla ik rechtsaf een sintelbaan op, om dan de volgende vier km al klimmend uit te komen in Kluk. Bij de bushalte (de bus rijdt enkel tijdens schooldagen twee keer op een dag: ’s morgens heen, en ’s middags terug, en de scholen beginnen a.s. donderdag pas……) kan ik uitrusten tot Elly mij komt halen.
Vanuit Kluk kom ik al snel door een stukje historisch Zweden: het slagveld van Bleckåsen. In 1809 werd hier door Noorse en Zweedse soldaten slag geleverd om het grondgebied.
Langzaam maar zeker verandert vanaf nu het landschap. Richting Noorwegen wordt het al wat bergachtig, waardoor de tochten steeds meer en steeds vaker bergop gaan. Dat merk ik ook vandaag, nu ik naar Mörsil loop: slingerend door de bossen, af en toe de weg overstekend, doe ik er vijf uur over om letterlijk boven de stad Mörsil uit te komen. Dat levert fraaie vergezichten op over de verspreid staande huizen, de wit ingepakte hooibalen op het land en de rivier met de bergen daarachter. Voor het eerst kom ik iemand tegen op mijn pad: een Zweedse dame die mij vertelt waar ik de mooiste doorkijkjes kan vinden!
Afdalend naar de rivier (en bergaf is veel lastiger dan naar boven….) kom ik uit bij de kerk van Mörsil. Geen stempel, maar wel de finish voor vandaag.
Het stempel vinden we de volgende dag aan de overkant van de snelweg, in Römmen. We lopen vervolgens over een smal bospad, slingerend langs het water. Bloemen, bomen, struikgewas: we komen weer door een zeer afwisselend landschap. Het is trouwens verbazingwekkend wat een hoeveelheid soorten groen de natuur te bieden heeft.
In Järpen lopen we over de oude houten brug, met aan weerszijden het Kallsjön, waarna we na een steile klim hoog boven de weg richting Rista lopen. Het is ook nu weer goed uitkijken waar we onze voeten zetten. De vele boomstronken en -wortels houden ons tempo laag.
En dan, nadat we nog een stuk langs de snelweg hebben gelopen (geen voet-of fietspad, dus bij langskomend vrachtverkeer stilstaand tegen de vangrail gedrukt……) komen we langs de rivier richting camping. We klimmen omhoog tot we uitkomen bij de waterval: een gigantische hoeveelheid water stort daar via drie stromen naar beneden. Hier zien we de kracht van de natuur, en ondergaan we de schoonheid ervan.
En dan is er nog één dag te gaan: naar Åre, van november tot maart hét wintersportgebied van Zweden. Wij gaan op deze zonnige en warme dag vanaf de camping het bos in. Smalle paden, vlonders over beken en riviertjes, soms zelfs via trappen klimmen we naar boven. Nadat we bij Undersåker de snelweg zijn overgestoken wacht de eerste echte berg van vandaag: af en toe een huis tegen de helling, soms langs de afgrond links van ons richting rivier, dan weer tussen de bomen door: een zeer afwisselende wandeling, waarbij ons tempo zakt tot onder de drie km/uur. De weilanden die we oversteken zijn afgezet met schrikdraad. Om er door te kunnen moeten we zelf de doorgangen met behulp van geïsoleerde handvatten open en dicht doen. Redelijk avontuurlijk, dus! Dan wacht ons weer een wandeling bergop, waarbij het duidelijk is dat dit een wintersportgebied is: we lopen langs en over diverse sneeuwscooter routes.
Door het naaldbomenbos zakken we dan af naar beneden, lopen weer een stuk langs de weg om uiteindelijk via een verharde sintelweg door Björnänge en Ååse uit te komen in Åre.
Bij de Gammal Kyrka, de oude kerk, wacht ons laatste stempel.
Als we de resultaten van vandaag opschrijven begint, hoe toepasselijk, de klok van de kerk te luiden!
In 17 wandeldagen liepen we een tocht van 341 km.
Zwaar, dat wel, maar oh, wat was het een ongelooflijk fantastische ervaring!!
Het was elke kilometer meer dan de moeite waard!

We zullen de waterval nog één dag op de achtergrond blijven horen.
Morgen beginnen we aan de terugreis naar huis. Zo’n 2250 km, maar dan wel met de auto.
En we gaan er twee weken over doen, want we willen zo lang mogelijk genieten van elk moment in dit prachtige land.

6 gedachten over “St. Olavsleden IV”

  1. Ik begrijp dat jullie weer op huis aangaan. Ik heb alle verslagen gelezen, maar niet overal op gereageerd. Dat je op weg naar de afwas je enkel moet bezeren. Die had ik nog niet bedacht. Maar gelukkig, afwassen doe je met je handen. 😜 Goede reis terug. En als je nog klimmen wilt, we hebben hier duinen met bovenop een café.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s