Onderweg naar huis.

Röstånga, 2015, 31 augustus.

Vanuit het ritme van het lopen door de natuur naar het ritme van het gewone leven in de maatschappij: het blijkt voor ons toch een behoorlijk grote stap te zijn.
We nemen afscheid van Ristafallet Camping en gaan naar Fläsian’s Camping in Sundsvall. Onderweg lunchen we bij Camping Träporten, waar we eerder deze vakantie al met de tent stonden. Er volgt een allerhartelijkste ontvangst, en men feliciteert ons met het behaalde resultaat. Als we daarna in Sundsvall aankomen hebben we onze hele wandelroute van 17 dagen met de auto in nog geen vijf uur afgelegd.
We vinden al gauw een prima plek op de camping: vlak bij het toiletgebouw, een leeg veld, dus lekker de ruimte. Als de tent staat komen we tot de ontdekking dat we hier wel vlak bij de verwarmingsinstallatie en airco van het toiletgebouw staan…. en dat hoor je erg goed! Een half uur later hebben we weer een prima plek gevonden, vlak aan het strand. Het uitzicht is prachtig maar toch maakt het niet veel uit: de camping ligt vlak onder de spoorweg en de snelweg, en de vele treinen en het zware vrachtverkeer horen we de hele nacht.
We kunnen de volgende ochtend echter wel terug naar Selånger, het begin van St. Olavsleden. We hebben immers nog steeds geen “eerste” stempel. Na weer wat rond zoeken bij de kerk vinden we nu inderdaad aan de overkant van de weg het begin van de route, bij de ruïne van de oude kerk. Daar vinden we ook het eerste stempel! Het geeft toch voldoening om dat voor elkaar te hebben!
We moeten ons duidelijk weer aanpassen aan het leven met mensen om ons heen. Maar ook voor ons zijn er grenzen! Als de buurvrouw met haar auto wegrijdt laat ze de radio in de voortent irritant hard aan staan. Na een uur vraag ik bij de receptie of daar wat aan gedaan kan worden. Al gauw zet een andere campinggast de radio uit. Tien minuten later komt een zeer verbolgen buurvrouw ons in goed Zweeds de huid vol schelden. We doen maar even net of we haar niet zo goed begrijpen en blijven glimlachen. De radio blijft echter de rest van de dag uit en…… de andere campinggasten in de buurt zijn opeens heel vriendelijk tegen ons.
De volgende ochtend laten we deze camping voor wat het is en gaan we ons geluk beproeven op een camping in Uppsala. Een stad die we nog niet echt kennen. Bij aankomst presteert de jongeman achter de balie het om ons duidelijk te maken dat er geen tentplekken met electra zijn….. “Dan moet U maar een caravanplaats nemen!” Tja, alsof tentkampeerders geen smartphone of fotocamera moeten opladen. We zijn al lang blij dat we weer een plekje hebben op een zo op het oog rustige camping, maar dan blijkt dat hier heel veel werklui overnachten. Om goed vijf uur komt alles binnen, barbecues en grills gaan aan, en de rest van de camping komt vol te staan met kolossale campers en caravans van mensen die op doorreis zijn. Daar staan we dan tussen met ons tentje van 2 bij 2! Om half zes de volgende ochtend is het al een bedrijvigheid van belang, waardoor er zelfs wachttijden in het toiletgebouw ontstaan.
Dus rijden we om half tien weg, richting Tranås. Aan de Hätte Camping daar hebben we goede herinneringen. Na een hartelijke ontvangst (U bent hier al eerder geweest….) kunnen we nu even tot rust komen op een echte camping, dwz met alleen maar vakantiegangers. Hoewel: bij de strandtent naast de camping blijkt het leven tot diep in de nacht door te gaan.
Om weer helemaal te wennen aan het “gewone” bestaan besluiten we om zaterdag naar het winkelcentrum in Linköping te rijden. Even onder de mensen, wat leuke winkels bezoeken en een lunch halen bij Ikea. En ja hoor: dan komen we bij een gigantisch winkelcentrum, met enorme parkeerterreinen die al behoorlijk vol staan, en met een groots aanbod aan allerlei soorten winkels. Na wat rondstruinen sluiten we bij Ikea aan bij de rij wachtenden voor de lunch. Het is gelukkig heel gezellig, want pas na een half uur hebben we ons smörgåsbrood. Daar genieten we dan maar even extra van. En nu we hier toch zijn gaan we ook maar even naar de buren: de ICA MAXI STORMARKNAD, zeg maar supermarkt annex warenhuis. Alle dagen open van 7-22 u, en zonder plattegrond kun je er eigenlijk niets vinden. We verbazen ons over de gigantische hoeveelheden producten en de verscheidenheid ervan. Wij staan met ons mandje aan de arm een beetje verloren tussen de volgestouwde winkelwagens.

Van de natuur terug naar de gewone samenleving: we zullen er langzaam maar zeker wel weer aan wennen. Zeker in Röstånga, in het zuidwesten van Zweden, waar we gistermiddag aankwamen. Om na acht weken tentkamperen onze botten een beetje te verwennen hebben we een stuga (een campinghut) gehuurd. De komende dagen weer een goed bed, verwarming wanneer dat nodig is, en gewone stoelen: we gaan er nog een heerlijke laatste week in Zweden van maken.

St. Olavsleden IV

Ristafallet, 2015, 23 augustus.

Met het geluid van de waterval op de achtergrond overdenk ik op deze zondagochtend de laatste etappes van het St. Olavsleden. Afgelopen week hebben we iets meer dan honderd kilometers afgelegd om in Åre te komen. De laatste twee dagen heeft Elly ook mee kunnen lopen.
Nu ik zit te schrijven merk ik hoe ongelooflijk moe ik ben. Lichamelijk moe, want ook deze laatste week was het vijf dagen lang voornamelijk veel klimmen en dalen.
Maar hoe geweldig is het om op deze manier moe te mogen worden! Tijdens het lopen merk je dat namelijk niet: je komt in een ritme, een trance, waardoor je tot veel meer in staat bent dan je ooit voor mogelijk hebt gehouden. Eerlijk gezegd waren er de afgelopen dagen soms stukken bospad of sintelweg die ik me achteraf niet meer voor de geest kan halen. De indrukken die je onderweg opdoet worden namelijk soms zo overweldigend, dat je niets meer opneemt. Daardoor ben ik mentaal wel heel erg tot rust gekomen. Uiteindelijk kom je dan zover dat je eigenlijk niet wilt dat het afgelopen is. Het doel, in ons geval de stad Åre, was niet meer belangrijk. Veel belangrijker was de reis zelf, de route, het onderweg kunnen zijn en één te worden met de omgeving.
Het woord “gelukkig” past hier bij!

Op maandag begint de tocht weer in Rödön. Een gehucht met een kerk en drie huizen. Een uur lang loop ik langs de weg, waarbij tijdens deze maandagochtendspits vier auto’s mij passeren. Dan mag ik het bos in om bij de St. Olofs Källa een stempel te zetten. Vanaf nu worden de Noorse en Zweedse namen “Olof” en “Olav” door elkaar gebruikt. Vanuit het bos loop ik tussen de verspreid staande boerderijen over een hoogvlakte, waarbij het in de zon behoorlijk warm is. Ik ben blij dat ik in ieder geval voldoende water, namelijk drie bidons, heb meegenomen.
Door een nieuwe route is de afstand vandaag langer dan gepland. Via de kerk in Näskott kom ik door Nälden, waarna ik nog vier km verder moet om in Vaplan te komen. Weer langs de weg, maar ja: in de voetsporen van Olav heb ik geen keus!
De volgende dag begint heel anders: ruim een uur lang loop ik door een bos langs de oever van een groot meer. Met steeds weer wisselende vergezichten is het een pracht wandeling. Tot ik na vijf km uitkom op jawel: de asfaltweg. Vanaf nu is het een kwestie van doorzetten, volhouden en proberen de zinnen te verzetten door je steeds weer te focussen op het volgende herkenningspunt in de verte. Wonderwel werkt dat mentaal zeer rustgevend!
Pas na zestien lange en zware kilometers sla ik rechtsaf een sintelbaan op, om dan de volgende vier km al klimmend uit te komen in Kluk. Bij de bushalte (de bus rijdt enkel tijdens schooldagen twee keer op een dag: ’s morgens heen, en ’s middags terug, en de scholen beginnen a.s. donderdag pas……) kan ik uitrusten tot Elly mij komt halen.
Vanuit Kluk kom ik al snel door een stukje historisch Zweden: het slagveld van Bleckåsen. In 1809 werd hier door Noorse en Zweedse soldaten slag geleverd om het grondgebied.
Langzaam maar zeker verandert vanaf nu het landschap. Richting Noorwegen wordt het al wat bergachtig, waardoor de tochten steeds meer en steeds vaker bergop gaan. Dat merk ik ook vandaag, nu ik naar Mörsil loop: slingerend door de bossen, af en toe de weg overstekend, doe ik er vijf uur over om letterlijk boven de stad Mörsil uit te komen. Dat levert fraaie vergezichten op over de verspreid staande huizen, de wit ingepakte hooibalen op het land en de rivier met de bergen daarachter. Voor het eerst kom ik iemand tegen op mijn pad: een Zweedse dame die mij vertelt waar ik de mooiste doorkijkjes kan vinden!
Afdalend naar de rivier (en bergaf is veel lastiger dan naar boven….) kom ik uit bij de kerk van Mörsil. Geen stempel, maar wel de finish voor vandaag.
Het stempel vinden we de volgende dag aan de overkant van de snelweg, in Römmen. We lopen vervolgens over een smal bospad, slingerend langs het water. Bloemen, bomen, struikgewas: we komen weer door een zeer afwisselend landschap. Het is trouwens verbazingwekkend wat een hoeveelheid soorten groen de natuur te bieden heeft.
In Järpen lopen we over de oude houten brug, met aan weerszijden het Kallsjön, waarna we na een steile klim hoog boven de weg richting Rista lopen. Het is ook nu weer goed uitkijken waar we onze voeten zetten. De vele boomstronken en -wortels houden ons tempo laag.
En dan, nadat we nog een stuk langs de snelweg hebben gelopen (geen voet-of fietspad, dus bij langskomend vrachtverkeer stilstaand tegen de vangrail gedrukt……) komen we langs de rivier richting camping. We klimmen omhoog tot we uitkomen bij de waterval: een gigantische hoeveelheid water stort daar via drie stromen naar beneden. Hier zien we de kracht van de natuur, en ondergaan we de schoonheid ervan.
En dan is er nog één dag te gaan: naar Åre, van november tot maart hét wintersportgebied van Zweden. Wij gaan op deze zonnige en warme dag vanaf de camping het bos in. Smalle paden, vlonders over beken en riviertjes, soms zelfs via trappen klimmen we naar boven. Nadat we bij Undersåker de snelweg zijn overgestoken wacht de eerste echte berg van vandaag: af en toe een huis tegen de helling, soms langs de afgrond links van ons richting rivier, dan weer tussen de bomen door: een zeer afwisselende wandeling, waarbij ons tempo zakt tot onder de drie km/uur. De weilanden die we oversteken zijn afgezet met schrikdraad. Om er door te kunnen moeten we zelf de doorgangen met behulp van geïsoleerde handvatten open en dicht doen. Redelijk avontuurlijk, dus! Dan wacht ons weer een wandeling bergop, waarbij het duidelijk is dat dit een wintersportgebied is: we lopen langs en over diverse sneeuwscooter routes.
Door het naaldbomenbos zakken we dan af naar beneden, lopen weer een stuk langs de weg om uiteindelijk via een verharde sintelweg door Björnänge en Ååse uit te komen in Åre.
Bij de Gammal Kyrka, de oude kerk, wacht ons laatste stempel.
Als we de resultaten van vandaag opschrijven begint, hoe toepasselijk, de klok van de kerk te luiden!
In 17 wandeldagen liepen we een tocht van 341 km.
Zwaar, dat wel, maar oh, wat was het een ongelooflijk fantastische ervaring!!
Het was elke kilometer meer dan de moeite waard!

We zullen de waterval nog één dag op de achtergrond blijven horen.
Morgen beginnen we aan de terugreis naar huis. Zo’n 2250 km, maar dan wel met de auto.
En we gaan er twee weken over doen, want we willen zo lang mogelijk genieten van elk moment in dit prachtige land.

St. Olavsleden III

Östersund, 2015, 16 augustus

Er gebeurt iets met je, als je lange afstanden wandelt zoals wij tot nu toe gedaan hebben.
We raken niet uitgekeken op de omgeving, of dat nu woningen, bossen, meren of landbouwvelden zijn. Langs de vele uitbundige bloemenvelden zien we een pracht aan kleuren en allerlei soorten bloemen. De geuren doen onze herinneringen op hol slaan, en soms komen lang vergeten gebeurtenissen tot leven.
We passen automatisch ons tempo aan; waar we omhoog moeten lijkt het soms net alsof we niet vooruit komen. Het lopen gaat langzamerhand als vanzelf; ook als de tocht langer of zwaarder blijkt te zijn dan gedacht is dat geen enkel probleem. Kortom: we genieten volop.
Tijdens de wandeling van Bräcke naar Gällö doe ik dat echter alleen. Elly neemt een paar dagen rust vanwege een verzwikte enkel. Notabene op de camping, op weg naar de afwas!
Vanuit Bräcke loop ik al gauw het bos in. Een half uur lang moet ik er op vertrouwen dat ik de juiste route loop, want ik zie geen enkel teken. Kompas, kaart en gps geven aan dat ik goed loop en jawel, uiteindelijk weer een bordje. Er volgt een lange route langs het meer, door gehuchten als Mordviken (vernoemd naar een moordpartij bij het meer), Anviken (de eendenbocht) en Förberg (een stuk land voor iemand die “Berg” heette) en via een smal bruggetje over de stroomversnelling van een rivier kom ik langs een karrespoor uit op de snelweg. Na een gesprek met twee fietsers, die op die manier de tocht afleggen gaat het langs een verharde weg door de betere buurten: kapitale villa’s met uitzicht op het water en grote stukken land er om heen. Via Stavre en Grimåsen (steeds weer klimmen, maar na elke klim staat er een bankje om uit te rusten) gaat het laatste stuk door dicht struikgewas. Afwisselend, dat wel!
Dinsdag loop ik allereerst naar Revsund. Elly komt daar met de auto heen. We ontmoeten er Ruben, die in de voormalige pastorie woont. Hij is de projectleider van Nordic Pilgrim. We worden samen op de foto gezet en dan mag Elly mee met de rondleiding in de kerk. Ik loop het dorpje uit richting Pilgrimstad. Vrij snel kom ik op een zeer smal pad door het bos uit: slingerend over de helling, klimmend en dalend, over rotsblokken, boomstronken en af en toe een beekje moet ik goed opletten waar ik mijn voeten neerzet. Met links regelmatig prachtige vergezichten over het meer, en rechts hoog oprijzende bomen is het een adembenemende, maar prachtige tocht. Langs een elf meter diepe grot, waar zich ooit een zich zelfbenoemde banneling heeft schuil gehouden kom ik na zeven kwartier klauteren weer op de gewone weg uit. Een verademing om even “gewoon” te kunnen lopen. In Pilgrimstad komt Elly mij ophalen. We rijden dan door naar de camping in Östersund, waar we de woensdag nog een dag rust nemen.
Samen lopen we donderdag de route van Pilgrimstad naar Brunflo. Het is volgens de beschrijving een gemoedelijke wandeling, en dat klopt ook wel. Weinig zwaar terrein; we lopen hoofdzakelijk op verharde wegen. Wel is het veel en lang klimmen, maar daar nemen we de tijd voor.
In Brunflo staat de auto bij het station. Een inwoner van het dorp wil ons zelfs een lift aanbieden daarheen, want: “Het is nog een behoorlijk eindje lopen”! Tja, daar gaat het ons juist om!!
De enkel van Elly heeft deze tocht goed doorstaan: morgen kijken we of dat ook bij de volgende etappe zo blijft.
Die tocht gaat van Brunflo naar Östersund. Met de bus zijn we ’s morgens al om half acht bij de start. Langs de spoorbaan gaat het richting stad. Afwisselend zien we veel fraaie woningen maar ook soms hele kleine huisjes langs het water. Veel van deze huisjes zijn zelfs kleiner dan sommige campers en caravans die we op de camping zien staan!
Met uitzicht over het meer en de eerste bergen al opdoemend in de verte is ook dit weer een schitterende tocht. Een korte tocht, dat wel. Al na zo’n 12 km zijn we weer terug op de camping.
En dan dat moment dat we de schoenen uit kunnen trekken: dat is iets waar we óók elke keer weer van genieten!
Jammer genoeg blijkt de tocht van donderdag iets teveel geweest te zijn voor de enkel van Elly. Daarom loop ik zaterdag weer alleen verder. Langs de buitenwijken en het industrieterrein van Östersund, langs het meer met uitzicht op de huizen die aan de overkant van het water tegen de helling liggen loop ik naar Frösön. Langs de jachthaven, via een fiets- en voetgangersbrug, langs het water en door de woonwijken kom ik weer terecht in een wat meer begroeide omgeving. Smalle paadjes door bloemenvelden, langs bouwland en door het bos kom ik, al klimmend, over een hoogvlakte met prachtige vergezichten. Daarmee verkijk je je soms wel op de afstanden: die kerktoren in de verte lijkt al zo dichtbij! Gelukkig is er dan, bij de oude Staafkerk van Frösö weer een stempel te bemachtigen. Er volgt dan een lange wandeling over een recht stuk weg langs allerhande bedrijven en kantoren om uiteindelijk uit te komen bij de Rödöbron, de brug van Rödö (op Instagram/siccodegroot is er een foto van te zien). Wel weer even heel anders: door het ontbreken van een fiets- of voetpad moet ik steeds blijven stilstaan, mezelf tegen de railing aandrukkend, om auto’s langs te laten rijden. Ik ben blij als ik aan de overkant ben.
Het laatste stuk is een prachtige wandeling door het bos langs het water. De bergen komen steeds dichterbij, ik kan de besneeuwde toppen al zien. Bij de kerk van Rödön ligt de finish voor vandaag. Elly komt me ophalen met de auto.
Met deze laatste etappe is het totaal nu 238,7 kilometers. Als je het snel zegt lijkt het niets. Maar tot nu toe was elke kilometer meer dan de moeite waard!
Volgende week volgen de laatste etappes richting Åre, het eindpunt van onze wandeltocht door Zweden. We hopen dat Elly ook de laatste twee ervan nog zal kunnen meelopen.
Åre, vi kommer (Åre, we komen er aan……)

St. Olavsleden II

Träporten, 2015, 7 augustus

De camping is deze ochtend in dichte mist gehuld. Geen wonder, na de nattigheid van de afgelopen dagen, gecombineerd met de warmte. Het is de hele week wisselvallig weer geweest, maar dat heeft ons er niet van weerhouden weer een viertal etappes te lopen van St. Olavsleden.

Op maandag staan we om kwart voor acht te wachten op de bus naar Torpshammar. Die komt om acht uur. We staan er op tijd, want als we deze bus zouden missen moeten we twee uur wachten op de volgende. De route van vandaag gaat veelal over een verharde weg tussen de boerderijen door. Regelmatig worden we begeleid door blaffende honden. We dachten dat het zo’n 15 km zou zijn, maar al na goed 10 kilometer zijn we in Fränsta. Met de trein gaan we terug naar de camping, waar we nu genoeg tijd hebben om even te wassen en alvast wat spullen in orde brengen voor de stuga-overnachting op woensdag!
We gaan de volgende dag met de bus terug naar Fränsta, waar we de route weer oppakken. Bij de witte kerk, aan de rand van het meer, hangt een bord met een heel verhaal over Olav, en er is zowaar een stempel aanwezig in een soort brievenbus. De route volgt de rivier, waarbij we al gauw door rietkragen en oeverbegroeiing struinen. Zelfs even té ver, waarbij we bijna wegzakken in de modder. Gelukkig vinden we het pad weer gauw terug, waarna we dwars door een korenveld omhoog klimmen. Door de vochtigheid zijn de broekspijpen dan drijfnat! We volgen de spoorbaan en even later weer de rivier, waar we de stroomversnelling al van verre horen. Uiteindelijk komen we op een bekend soort sintelbaan, die we volgen tot Camping Träporten. Dit stuk is vrij saai, hoewel we vriendelijk worden toegezwaaid door mensen die in de auto langskomen. Later blijkt dat één van hen de eigenaresse van de camping was, en even later haar dochter…..
We komen hier ook langs een kapel, met jawel: een stempel. Op deze manier kunnen we toch laten zien dat we daadwerkelijk de route lopen. Na 19 km zijn we terug op de camping.

Met de grote rugzakken op de schouders beginnen we woensdag aan de tocht naar Kungsstugan, de Konings Blokhut. Dat is wel weer even wennen. Maar ook toepasselijk, want het wordt nu steeds meer hiken in plaats van wandelen. Over een natuurpad buiten de camping om, de snelweg over, en verder al klimmend door een steeds dichter en donkerder wordend bos komen we bij Olofs Källa, de bron die Olav geslagen zou hebben. We kunnen er weer stempelen!
Inmiddels hebben we de regenjacks aan en de regenhoes zit om de rugzak. Het hoost. En als we dan ook nog met een grote boog door een weiland met begroeiing lopen zijn we al gauw één met de natuur, namelijk nat. Hadden we er maar aan gedacht ook de regenbroeken aan te doen!!
Na het weiland volgen we een verhard pad. Door het klimmen ligt het tempo laag: we halen niet eens de drie km/u. Na bijna zeven uur komen we bij de stuga. Primitief, want geen electra, maar wel een petroleumkacheltje waardoor de natte spullen een beetje kunnen drogen. Het toilet staat een eindje verderop buiten, type poepdoos, en achter het huisje is een bron met drinkwater. Het maakt ons niet uit: we zitten droog, warm en er staan goede bedden. Genoeg mogelijkheid om weer even bij te komen.
De volgende ochtend zijn we om half negen al op pad. Dit keer mét de regenbroek aan, en dat is maar goed ook. Anderhalf uur lang lopen we door dichte begroeiing; zo dicht zelfs, dat het soms moeilijk te zien is waar het pad loopt. Hierbij is het ook weer de hele dag klimmen, klimmen en nog eens klimmen. We moeten goed uitkijken waar we onze voeten neerzetten vanwege de natte boomstronken, de glibberige keien en de beekjes en stroompjes waar we over en door moeten. Het lukt ons niet helemaal zonder valpartijen. Door het bos omhoog, langs meren en met prachtige vergezichten, dat dan weer wel, komen we tenslotte op de verharde weg door Byggot. Daar staat een richtingwijzer: Bräcke (ons einddoel van vandaag) 12 km. Dat valt behoorlijk tegen, waar we gerekend hadden op 7 km. Bijna vier uur later, na 21 km, bereiken we het station in Bräcke. Tijd genoeg om even uit te rusten, want de trein vertrekt pas over anderhalf uur. De tickets regel ik via internet. In de trein worden de kaartjes op de smartphone geaccepteerd als geldig vervoersbewijs. Terug op de camping hangen we het natte goed uit. Na een heerlijk warme douche en een maaltijd in het restaurant zijn we al gauw weer helemaal bij!

Inmiddels is de camping weer zichtbaar geworden. Met de zon op de tent en wat lichte bewolking her en der in de lucht is dit een mooie dag om verder te trekken naar de volgende camping.
De 72 km van deze week geven ons voldoende reden om een paar dagen rust te nemen.
Maandag pakken we de St. Olavsleden route weer op.

St. Olavsleden I

St. Olavsleden l

Stöde, 2015, 1 augustus.

Na de bijzonder zware maar ongelooflijk geweldige Höga Kusten Hike hebben we een paar dagen genomen om bij te komen. De was is gedaan, de hiking spullen zijn uitgezocht en gecontroleerd en de voorraden zijn voor zover nodig aangevuld.
We gaan deze week beginnen aan St. Olavsleden. Een tocht die vernoemd is naar Olav Haraldsson, die in 1030 vanuit Selånger, waar hij voet aan wal zette, optrok naar Trondheim om zijn rechten op de Noorse troon op te eisen. Olav was al eerder koning van Noorwegen, waar hij vooral heeft bijgedragen aan het uitdragen van het Christendom en het laten bouwen van kerken. Op 29 juli 1030 kwam Olav om in de strijd bij Sticklestad in Noorwegen, waarna hij heilig verklaard werd. Sindsdien zijn veel pelgrims in zijn voetsporen van oost naar west getrokken.
Inmiddels heb ik contact gehad met de projectleider van NordicPilgrim, de organisatie die St. Olavsleden onderhoudt en promoot. Hij vraagt mij om tijdens de tocht tweets te plaatsen: uiteraard ga ik dat doen. Op @stolavsleden/sicco zijn ze te lezen.
Bij de plaatselijke VVV in Sundsvall heeft men ons geholpen aan stempelboekjes voor de tocht. Het eerste stempel is te verkrijgen bij de Selånger Kyrka (de kerk van Selånger). Op zondag zijn we hier al even wezen kijken maar de kerk was toen dicht. Nou ja, het was wel rond lunchtijd dat we daar waren…..
En dan staan we op woensdagochtend om kwart voor negen bij een nog steeds dichte kerk. Omdat er om goed negen uur nog niemand te zien is besluiten we om zonder startstempel te vertrekken. Toepasselijk, want onze wandeltocht is geen religieuze pelgrimage. Wij lopen een voettocht door Zweden om het landschap te ontdekken en ons er door te laten verrassen.
Het eerste deel gaat over de weg, langs boerderijen en grasland. Al gauw gaan we over op een verhard sintelpad dat langzaam stijgend richting de bossen gaat. Het is een totaal andere discipline dan de hike van vorige week: we kunnen hier veelal gewoon doorlopen, en dat is een hele verademing. Uit het bos komend dalen we af naar de rivier, waar we onder de snelweg door de brug voor Matfors bereiken. In het centrum vragen we bij de bibliotheek naar een stempel, maar men heeft daar zelfs nog nooit gehoord van St. Olav! Gelukkig hebben we geen bewijs nodig voor onze tocht; we weten zelf ook wel dat we vandaag 17 km hebben afgelegd…..
De volgende dag vertrekken we om vijf voor negen vanuit Matfors. We lopen het dorp uit, en direct op de stadsgrens houdt het asfalt op. Er ligt weer een verharde sintelweg voor ons, maar deze loopt al stijgend en dalend door tot vlak voor Stöde, waar we met de tent op de camping staan. Er volgt een tocht van ruim 24 km langs dezelfde weg, maar wat een pracht wandeling is het. Met steeds weer wisselende vergezichten, de ene keer over de weilanden met in de verte de eerste bergen, dan weer uitkijkend over het dal, waar de rivier zich doorheen kronkelt en waar we aan de overkant de snelweg “horen” en de lange goederentreinen met boomstammen langs zien gaan.
De regenjacks houden we aan, vandaag. Vanwege de warmte hebben we wel na verloop van tijd de regenbroeken uitgedaan; het is een zeer natte dag.
Na 27,4 km, en dan hebben we zeven uur gelopen, komen we op de camping aan. En jawel: daar krijgen we dan toch ons eerste stempel!!!
Op de derde dag kunnen we vanaf de camping starten. We lopen afwisselend langs de weg, de rivier en de spoorbaan, en een groot gedeelte gaat door het bos. Als we door het plaatsje Viskan komen verbaast het ons dat zo goed als alle huizen hier vervallen lijken. Bijzonder mistroostig, terwijl we nog geen twee kilometer verderop langs bijzonder rijke en imposante woningen komen.
Na 17 km “finishen” we in Torpshammar.
We hebben nu drie dagen gelopen. Dit weekend nemen we de tijd om alles weer op orde te brengen: wassen, voorraden aanvullen en materiaal controleren.
Zondag gaan we door naar Camping Träporten, om dan maandag weer in de voetsporen van Olav te treden.