Dag Prue

“Dag Prue, dag meisje, tot straks!” Met deze woorden gingen we altijd de deur uit. En als we dan weer terugkwamen stond ze ons vaak al bij de deur op te wachten.

Op een koude herfstdag, 21 november 2018, moet ze echter met ons mee.
Met lood in de schoenen gaan we naar de dierenarts.
Daar horen we waar we al bang voor waren: nierfalen, schildklier-problemen, artrose en een verhoogde hartslag zijn het beestje allemaal teveel geworden.
Ze gaat niet meer mee terug naar huis.

Aangeslagen rijden we terug. Met tranen in het hart en een stem die regelmatig breekt halen we herinneringen op. Dat kost geen enkele moeite: er zijn zoveel leuke, goede en bijzondere momenten die we ons helder voor de geest kunnen halen:

  • Haar eerste acrobatische toeren haalde ze uit toen ze een speeltje aan een veer kreeg: met haar tong uit haar bek blééf ze maar springen
  • Als ze bij onze thuiskomst zag dat we niet meer weggingen zocht ze haar plekje op de hocker of in de mand. Wat voelde ze zich veilig bij ons. Af en toe ging haar kopje dan omhoog alsof ze wilde zeggen: “Het is goed zo!”
  • Zodra er een kast openging, zag Prue kans er in te springen
  • Na het avondeten zat ze me altijd op te wachten; maar zodra ik naar haar toe liep verstopte ze zich achter de verwarming
  • Zag ze me met het nagelschaartje aankomen, dan sprong ze direct op mijn schoot, zodat ik haar nagels kon knippen
  • Midden in de nacht stond ze op het nachtkastje naast ons bed luidkeels om aandacht te vragen. En als we ’s morgens uit bed kwamen stond ze ons ook al op te wachten
  • Ze assisteerde graag bij de voorbereidingen voor het eten. Vooral kip was erg in trek…
  • ’s Avonds kwam ze tussen ons in zitten, starend naar de achterkant van de bank, maar elke beweging hield ze scherp in de gaten
  • Ze maakte iedere dag vanaf een uur of vijf duidelijk dat ze eten wilde; toch moest ze altijd wachten tot kwart voor zes. En als het eten haar dan niet zinde, liep ze er met goed-gespeelde onverschilligheid aan voorbij. De volgende ochtend was het bakje meestal toch wel leeg…..
  • Af en toe was ze een echte “dare-devil”. Bijna de benen nemend door een open keukenraam, of zwaaiend met haar staart door de vlam van een kaars: gelukkig was Manon er dan net op tijd bij om haar te redden

Tien geweldige herinneringen; dat is heel wat voor een kat.

We hebben lang voor haar mogen zorgen: 18 jaar, 3 maanden, 8 dagen…..
Even zoveel dagen heeft ze echter voor ons gezorgd. Want wat heeft ze ons leven met haar aanwezigheid verrijkt.

Op een koude novemberdag nemen we voorgoed afscheid van haar.

“Dag Prue, dag meisje. Ga maar lekker slapen, nu. Het is goed zo!”

Sälka zien en dan…..

Stap voor stap, meter na meter, over rotsachtige paden, en voortdurend gemeen klimmend. De uitputting nabij na 13 uur strompelen, zwoegen, op adem komen en doorhalen: zelfs voor het laatste klimmetje van zo’n 20 meter moet ik nog moed verzamelen om door te gaan. Ik zie de blauwe tent van de check-in: als ik daar ben heb ik ook mijn derde stempel binnen….

Donderdag 16 augustus. Bij het registreren voor de tocht krijg ik mijn stempelboekje, de maaltijden en de kaart voor de route. De sfeer is gemoedelijk. Iedereen kijkt er naar uit om te mogen starten. Teruglopend naar de caravan zien we dat de camping vol begint te stromen met trekkerstentjes. In het toiletgebouw is het druk: daar maakt men goed gebruik van keuken, douches en sauna.

De volgende ochtend staan we, na een busreis vanaf Kiruna, aan de start in Nikkaluokta. Het is zwaar bewolkt, en iedereen trekt zijn regenkleding aan en doet het regenscherm om de rugzak. Die wegen we ook: 17 kg, en dat valt me niet eens tegen. Om negen uur precies beginnen we in file aan de tocht van 110 km naar Abisko.

Het duurt niet lang of de groep loopt uiteen. Met een rustig tempo gaat het de eerste twee uur nog prima. Dan, na een rugzakcontrole op vijf km na de start (hier kijkt men hoe je erbij loopt en of de rugzak naar behoren meegedragen wordt) begint het rotsachtige pad, dus bij elke stap opletten waar je je voeten neer zet. Dan begint bij mij al gauw de vermoeidheid toe te slaan. Het lijkt alsof ik nog niet helemaal hersteld ben van mijn rib-blessure, waardoor ik nu al mijn reserves op het gebied van conditie en doorzettingsvermogen moet aanspreken. Het helpt ook niet dat ik nu al gepasseerd wordt door zoveel mensen die fris en fruitig door kunnen.

Het is niet eenzaam op de trail: “Murphy” loopt met me mee. Als ik na een goede acht km op mijn gps kijk blijkt dat ik al 385 km heb gelopen. Helaas, zo snel ging het niet. Even later geeft mijn foto-toestel aan dat de accu leeg is, en als ik lopend over een vlonder moet steunen op mijn pole schuift-ie langzaam in elkaar, waardoor ik bijna de rivier in val…. Dit kon wel eens een zware tocht worden.

Eenmaal aangekomen bij checkpoint Kebnekaise kom ik met een kop koffie weer een beetje bij. Ik zet er mijn tent op, maak een maaltijd klaar en na een kop thee lig ik om zeven uur in mijn slaapzak: lijkt vroeg, maar wat ben ik moe.

Na een rusteloze nacht ben ik om half zes weer aan de wandel. Met het hoogte-profiel van de tocht in gedachten weet ik dat het de komende dagen alleen maar gaat stijgen, En de rugzak, die aan het begin 17 kg woog, lijkt elke kilometer een kilo zwaarder te worden.

Deze tweede dag blijkt een lijdensweg. Met een “snelheid” van 1,8 km/u kom ik om half één aan op het tweede checkpoint. Na een rustpauze van drie kwartier ploeter ik verder. Onderweg ontmoet ik veel andere hikers: zij lopen mij voorbij als ik weer even op adem sta te komen. Velen informeren hoe het gaat. En ik blijf maar herhalen: “Het gaat prima”, zelfs na (alweer) een valpartij! 

Na het laatste klimmetje om bij de blauwe tent van de check-in van Sälka te komen merkt de dame van de organisatie op dat het niét prima gaat. Ze oppert dat het wellicht beter is te stoppen. En ook al wil ik er niet aan: ze heeft gelijk dat het onverantwoord is om zo verder te gaan. Ik ben uitgeput, oververmoeid, koud tot op mijn botten en niet meer in staat om adequaat te reageren.

Met mijn derde stempel op zak, dat dan weer wel, zie ik de volgende ochtend in vogelvlucht waar ik had moeten lopen. Per helikopter lijkt het allemaal zo veel eenvoudiger.

In Abisko laat ik Elly weten dat Sälka het eindstation was. Zij komt me ophalen. En wat een enorme verrassing is het als niet alleen zij, maar ook Manon uit de auto stapt. Zonder dat ik er ook maar iets van wist is zij afgelopen vrijdag naar Kiruna gevlogen om mij in te kunnen halen. Een mooier welkom had ik mij niet kunnen wensen.

Sälka zien en dan… is het genoeg geweest.
Ik had me de tocht anders voorgesteld.
Maar toch: wat een ervaring. Ik had het voor geen goud willen missen.

Uiteindelijk heb ik voor de derde keer (een gedeelte van) de Fjällräven Classic gelopen. En daar bewaar ik, ondanks de afloop, bijzonder goede herinneringen aan.

“DAL”

Nog 700 meter. 

Ploeterend door het struikgewas zie ik mijn voorganger in de verte langzaam uit het zicht verdwijnen. Zo snel kom ik niet meer vooruit, na een zeer warme dag van gemene klimmetjes, even zovele afdalingen en struikelend over boomstronken en rotsstenen.
Maar de finish is weer bijna bereikt!

We komen op dinsdag aan op camping Friluftsbyn in Docksta, aan de Höga Kusten in Midden Zweden. We zijn niet eens de eersten: er staan al behoorlijk wat tenten. Ditmaal hebben wij vanaf onze caravanplek een mooi overzicht van het tentenveld. In de loop van de dag zien we het steeds drukker worden.

Het wordt een feest van herkenning. We ontmoeten de familie Bäck. Long time, no see. Maar ondanks het feit dat we met elkaar in contact staan via social media is het ongelooflijk fijn elkaar weer in levende lijve te kunnen ontmoeten.
Zo ook de Nilsson Familie. Elk jaar zijn ze weer van de partij, en elke keer is het alsof we elkaar gisteren nog gesproken hebben.
En hoe bijzonder is het om mensen, die je tot dan toe alleen kende van Facebook, voor het eerst te zien, om dan tot de ontdekking te komen dat het is alsof je elkaar al jaren kent, zoals met Christien en Jos.
Ons verblijf aan de Höga Kusten had niet mooier kunnen beginnen.

De woensdag gebruiken we om Örnsköldsvik te verkennen en de grote buitensportwinkel van Naturkompaniet / Fjällräven te bezoeken. Een waar paradijs op het gebied van buitensport-kleding en -materiaal. Wij houden ons in en beperken ons tot de aanschaf van een nieuwe hiking broek.

Aan het eind van de middag is de check-in. Iedereen wordt geïnformeerd over de starttijden, de route, de camping-plekken en het gebruik van de maaltijden. Vanwege de grote droogte (sinds mei is er geen neerslag meer geweest in Zweden) is er een algeheel verbod op het gebruik van vuur in de open lucht. De maaltijden die we meekrijgen worden verwarmd door een zogenaamde heater: samen met de maaltijdzak en wat water wordt dit, door de chemische reactie die ontstaat, in twaalf minuten verhit. Voor de warme dranken, zoals koffie en thee, wordt er op de pleisterplaatsen heet water in containers aangevoerd. Goed georganiseerd!

Dan is het eindelijk zover. Op donderdag rijden vanaf half acht bussen af en aan om iedereen naar de start te vervoeren. Eenmaal onderweg is het een tijdlang file lopen, over vlonders en langs smalle bospaadjes. Al gauw begint het klimmen en klauteren: veelal over rotsblokken, paden met boomstronken, rotsplateaus en voor het gevoel steeds maar omhoog. Daarbij is het ook nog eens zeer warm. De drie bidons water die ik bij me heb komen goed van pas.
Door de ondergrond is het helaas niet mogelijk om optimaal te genieten van het uitzicht. Het is een kwestie van constant oppassen waar je je voeten zet. Daarom sta ik vaak even stil; om op adem te komen en om even om me heen te kijken. De vergezichten zijn vandaag beperkt door de nevel die er in de dalen hangt, maar dat maakt het niet minder fraai. Over rotsblokken, onder rotsblokken door, afdalend in de kloof en trekkend langs het water: afwisselender is bijna niet mogelijk.
Aan het eind van de dag strijken we neer op Tärnättholmarna, het schiereiland waar we overnachten. De maaltijd smaakt prima, de thee is welkom, maar de presentatie van buitensport materiaal laat ik aan me voorbijgaan. Om acht uur lig ik in mijn slaapzak. Ik heb alle energie nodig voor de rest van de hike.

Twaalf uur later ben ik alweer onderweg. Het is zo mogelijk nog warmer dan gisteren. Een zware tocht door het bos, en weer veel klimmen en dalen.
Na goed twee uur is er een extra watertappunt. Daar komt Elly mij ook even een hart onder de riem steken. Heb ik wel nodig, want het vergt meer van me dan ik verwacht had.
Door het bos loop ik veelal alleen: veel mensen zijn aan het meer gebleven om even te zwemmen. De rivier waar we doorheen moeten staat droog (waardoor de oversteek erg gemakkelijk is), maar de aarden wal verderop is nog net zo hoog als in mijn herinnering. Het tempo is laag, en ik moet vaak op adem komen.

Nog 700 meter.
Dan blijf ik met mijn voet haken achter een boomwortel, val plat voorover en door het gewicht van de rugzak duurt het even voor ik weer overeind kan komen. Stekende pijn in de ribben, waar de gps mijn val brak en het daardoor niet overleefde. Met pijn en moeite hang ik mijn rugzak weer om en strompel ik naar de finish. Het lukt me nog om de tent op te zetten, maar nadat ik mijn luchtbed heb opgeblazen merk ik dat ik door de pijn aan mijn ribben niet meer behoorlijk kan zitten, laat staan liggen. Tijd dus voor een bezoek aan de mobiele EHBO. De beide dames, Elizabeth en Christine, stellen de diagnose: gekneusde ribben. Met pijnstillers en een week strikte rust zou het weer helemaal goed moeten komen, hoewel de komende twee á drie dagen de pijn nog wel wat zal toenemen…..
De buurman op het campingveld breekt voor mij de tent weer op en brengt me naar de plek, waar ik door de organisatie wordt opgehaald. 

In plaats van hikend kom ik met de auto bij de finish…..
In “Dal”, de finishplaats van de tweede dag, eindigt mijn Höga Kusten Avontuur. 

Het medeleven van de andere wandelaars is enorm; zij weten hoe het voelt om een hike niet te kunnen voltooien.
Maar: de afterparty van deze tocht laat ik niet helemaal aan mij voorbijgaan. 25 km ervan heb ik er volop aan mee mogen doen.

Zit er nog een Fjällräven Classic in, dit jaar?
De tijd zal het leren. Twee weken om te herstellen, en te beslissen of het mogelijk is. 

Die tijd om te herstellen krijg ik ook, onverwacht. Op zaterdagochtend lukt het niet meer om de auto te starten. Na overleg met de ANWB krijgen we bezoek van de Assistancekåren, zeg maar de Zweedse Wegenwacht. Ook hij krijgt de auto niet aan de praat. Gevolg: auto op de takelwagen en naar de garage, waar hij maandag zal worden nagekeken. Elly gaat mee en komt terug met een Volvo V40 Cross. Een meer dan redelijke ruil om de komende paar dagen door te komen.
Het is geen straf om hier wat langer te moeten blijven. 

Inmiddels zal ik er alles aan doen om alsnog Abisko te bereiken.

APELDOORN

Laat ik vooropstellen dat ik diep respect heb voor een ieder die de Apeldoornse Vierdaagse loopt.
Het vereist namelijk nogal wat conditie, doorzettingsvermogen en vooral ook uithoudingsvermogen om dit te doen.
Daarbij maakt het niet uit welke afstand er gelopen wordt; ieder loopt met zijn of haar eigen gedachten, doelstellingen, verleden en toekomst. Ieder verlegt de grens voor zichzelf.
Soms kun je zien dat het pijn doet; vaak ook niet. De pijn die bij veel mensen van binnen zit wordt uiteraard niet altijd getoond.
Voor al deze mensen: chapeau!

Mijn deelname aan de Apeldoornse Vierdaagse begint met de wekker, die ’s morgens om vijf uur afloopt. (De eerste dag was ik al lang vóór de wekker afliep wakker!)
Om kwart over zes stap ik op de fiets om naar de start te gaan.
Precies om zeven uur, na het aftellen van de laatste tien seconden, start de etappe van zo’n dertig kilometers.
Vier dagen lang hetzelfde ritme, dezelfde tijden, dezelfde discipline.
Vanwege het vroege tijdstip lijkt dit in de verste verte niet op vakantie, ook al kamperen we met de caravan op Camping De Wapenberg in Ugchelen.
En toch doe ik het, weer……

Als de meute van zo’n zeshonderd mensen zich in beweging heeft gezet zit ik daar middenin. Tussen al die mensen voel ik me niet echt op mijn gemak. Want naast het lopen heb ik te maken met een groot aantal nevenverschijnselen: Er loopt iemand te zingen (!), een ander gaat mee lopen neuriën, voor en achter mij bespreken velen het weer, de voetbalwedstrijden van gisteren, de Tour-etappe die verreden is, de tenniswedstrijden van Wimbledon….. En tot overmaat van ramp krijg ik alles mee over de sokken-brei-wedstrijd van het dorp, de problemen rondom een drachtige pony, het wel en wee van een schoonvader die zijn testament niet wil maken…. 

Na een paar kilometers gelopen te hebben valt de groep trouwens wel uit elkaar. Dan heb ik allang mijn iPhone-oortjes te voorschijn gehaald: daarmee kan ik mij afsluiten voor alle prietpraat om mij heen. Ik kom namelijk om te lopen, en dan ook nog het liefst alleen….

Natuurlijk stel ik mezelf de logische vraag: “Als het lopen in zo’n massa zo lastig is voor mij, waarom heb ik dan toch voor deze tocht gekozen?”
Het antwoord is minstens zo logisch: hoofdzakelijk vanwege de discipline om vier dagen achter elkaar dertig kilometer (en vaak iets meer) te moeten lopen.
Geen excuus om een dag over te slaan, bijvoorbeeld om het weer, omdat ik geen zin heb of omdat ik wat pijntjes voel, hier en daar. Want die pijntjes heb ik zeker wel. Vermoeide voeten, spierpijn in de kuiten, stramme schouders.
En ook geen excuus omdat ik er soms even helemaal doorheen zit. Want dat gebeurt natuurlijk ook: het gaat niet altijd even gemakkelijk. Wat dan zeker niet helpt is het feit dat zovelen mij passeren – alsof ik niet vooruit te branden ben! Maar goed, die mensen zie ik dan later terug bij de rustpost, als ze uitgeteld bij zitten te komen van het snelle wandelen…
Op de vierde dag bereik ik, na 130 km lopen, voor de laatste keer de finish.
Moe, maar voldaan. En helemaal gelukkig omdat Elly mij daar opwacht!

Na de 970 kilometers die ik dit jaar als training heb gelopen weet ik dat ik er alles aan gedaan heb om de “Höga Kusten Hike” in Docksta en de “Fjällräven Classic” in Nikkaluokta te kunnen volbrengen.

Voorlopig is ons volgende reisdoel Beerta, Groningen.
Volgende week wacht dan de overtocht van Kiel naar Göteborg.

Sverige: vi kommer!
(Zweden: we komen er aan!)

50

Op een tafel-oppervlak van 85 bij 180 cm ligt alles wat er mee moet op de hikes.
Alles dus, wat ín mijn rugzak moet.
Als ik het allemaal zo zie liggen is het mij een raadsel hoe ik dit er ooit allemaal in heb gekregen, en hoe ik dat nu weer voor elkaar moet krijgen.
Om zoveel mogelijk volume te winnen gebruik ik vacuüm-zakjes, die ook nog eens waterdicht zijn. Op die manier krijg ik alles ingepakt, en dan blijkt het toch allemaal in de rugzak te passen. Met zelfs ruimte over!

Nu nog met de rugzak op pad. 18 kg is niet niets……..

Na de pech van twee maanden geleden, de verzwikte enkel, bleef ik toch last houden. Steeds een zeurende pijn, die niet wilde verdwijnen, en die zelfs erger werd tijdens het lopen. Ik begon toch wat twijfels te krijgen over de goede afloop. 

Noodgedwongen bel ik het Orthopedisch Centrum Rotterdam, waar ik al zo vaak zo goed ben geholpen. En wat krijg ik te horen? “U gebruikt geen hulpmiddelen, dus U bent hier niet op het goede adres. Ik begrijp niet waarom U ons belt. Neemt U maar contact op met uw huisarts”. Huh??

Goed, na enig zoeken op internet kom ik uit bij de praktijk van fysiotherapeute Heleen van der Struis, notabene slechts een paar straten van ons vandaan. Diezelfde middag kan ik al bij haar terecht. Dankzij een aantal deskundige behandelingen en adviezen ben ik gelukkig binnen een paar weken weer goed op weg.

Vol goede moed gaan wij daarop naar Drenthe, waar drie Pieterpad-etappes op mijn programma staan. Door het hevige noodweer daar besluit ik echter niet met de tent te gaan overnachten. Elke dag haalt Elly mij aan het eind van de etappe op, zodat ik op de camping kan bijkomen van de wandeltocht. Op die manier leg ik toch in drie dagen 62 km af. Goede training, maar niet optimaal, want nog steeds ligt die volle rugzak op mij te wachten….

Na een tussendoortje van Hoek van Holland naar Kijkduin, waarbij ik tot op het bot natgeregend raak, en een tocht door de bossen van Amerongen wacht mij een drietal Pieterpad-etappes in Gelderland en Limburg.

Vanaf de camping in Groesbeek ga ik dan eindelijk met de 18 kg op mijn rug uitproberen of alles in orde is.
Tijdens de twee nachten op de tussenliggende campings merk ik dat ik het kamperen nog niet verleerd ben. Binnen een half uur ben ik volledig ingericht. Alles heeft weer zijn vaste plek, zodat ik blindelings weet waar ik het kan vinden. De instant maaltijden smaken uitstekend, het slapen is dankzij het thermo-ondergoed geen enkel probleem en ook het inpakken ’s morgens gaat soepel. Na drie dagen heb in totaal 53 km afgelegd. Vermoeid, maar dat hoort er uiteraard bij. En zeker genoeg om weer even met gepaste trots op terug te kijken.

50!
Vandaag over 50 dagen begint de Fjällräven Classic.
En vandaag over 35 dagen sta ik al aan de start van de Höga Kusten Hike.
Na de ruim achthonderd kilometers die ik inmiddels dit jaar heb afgelegd heb ik het gevoel dat het allemaal wel gaat lukken.

Ik kijk er in elk geval heel erg naar uit!!

STILSTAND

Vijfhonderd kilometers.

Als we in Wijk aan Zee een wandeltocht gaan lopen, op 1e Paasdag, zal ik de vijfhonderd kilometergrens passeren. Een gebeurtenis om even stil bij te staan. En dat is dan ook letterlijk wat er gebeurt: door het mulle zand is het een zware tocht. Goed voor de training, maar iets minder voor mijn linker-enkel, als ik ondanks alle voorzichtigheid toch een keer zwik.
Het gevolg is dat ik het een tijdje rustig aan moet doen, zodat de enkel kan herstellen. Dat kost me moeite. Maar wellicht maakt mijn lichaam mij op deze manier duidelijk dat ik beter even pas op de plaats moet houden.

En dan komt álles opeens tot stilstand.

Zomaar, plotsklaps, ineens.

Op maandagavond 9 april moeten we afscheid nemen van Esther, onze nicht. Zij knokte haar leven lang voor wat ze waard was, omdat ze het leven omarmde. Omdat haar leven zo ongelooflijk veel zin had: voor haarzelf, maar zeker ook voor zoveel anderen.
De volgende ochtend laat zij, na 47 jaar, deze wereld achter zich. En daarmee allen die zo dicht bij haar stonden en haar zo liefhadden.

Als door een grauwsluier zien we dat het leven verder gaat.

Binnenkort gaan we de eerste vierdaagse lopen, in de Achterhoek. Daarna volgen wandeltochten en hikes in Nederland en in Zweden.

We kunnen nu niet doen wat we voorheen altijd deden: een kaart sturen naar Esther.
We kunnen haar niet meer op de hoogte houden van onze reizen.

Ik heb niets met religie, en al helemaal niets met kerken.
Maar voor Esther zal ik een kaars branden.

Esther loopt namelijk altijd met me mee!

FJÄLLRÄVEN CLASSIC, EDITIE 2018!

Woensdag 10 januari 2018. Vandaag precies twee maanden geleden.

Ruim op tijd zit ik klaar om in te loggen op de website van de Fjällräven Classic, waar de verkoop van de beschikbare tickets voor de editie 2018 om tien uur gaat beginnen.

Na mijn vorige deelname, in 2014, heb ik me voorgenomen om, als dat maar enigszins mogelijk zou zijn, deze tocht nog een keer te lopen als ik 70 jaar oud zou zijn. En aangezien ik over twee maanden die leeftijd hoop te bereiken, én aangezien ik nog steeds met ongelooflijk veel plezier hike- en wandeltochten onderneem, heb ik besloten me weer in te schrijven.

Enige tijd geleden had ik contact met iemand van de politiebond, die met een eigen groep deelneemt aan de Fjällräven Classic. Hij raadde mij ten sterkste aan om met hen mee te doen, want: “De tickets zijn in no time uitverkocht. Alle kans dat je er naast grijpt, en bij ons weet je zeker dat je mee kunt. Anders moet je wachten tot er tickets geretourneerd worden, en dan nog…..” “Bij ons krijg je wandeltraining, instructies over hoe je je rugzak moet inpakken en wat je mee moet nemen, en er is ten allen tijde verzorging en zonodig hulp onderweg”. Tja, en dat is aan mij, individualist bij uitstek, uiteraard niet besteed.

Om vijf over tien (!), als ik mijn ticket heb betaald en uitgeprint, kan ik beginnen aan de planning voor deze fantastische hike.

Het belangrijkste is de training, en om toe te werken naar een aantal trainingstochten. De Achterhoekse en de Apeldoornse Wandelvierdaagse, elk van 30 km/dag, zijn vlot geregeld. Daarnaast ben ik van plan om twee keer een driedaagse hike te doen, compleet met tent en alles wat daarbij komt kijken. Eén in Drente, en één in Noord Brabant. Daar kan ik mijn uitrusting uitproberen en zonodig aanpassen.

Als ultieme training besluit ik dan ook nog om dit jaar weer aan de Höga Kusten Hike in Zweden mee te doen, twee weken voor de Classic.

Dan is het tijd om een schema te maken voor de trainingen. Van voorgaande jaren weet ik dat ik vooral veel, heel veel kilometers in de benen moet hebben. Vandaar dat ik besluit om in januari te beginnen met 3 x 10 km per week, in februari te vervolgen met 3 x 15 km, waarna ik in maart aan de 20 km-tochten kan beginnen. En tot nog toe werkt dat perfect.

Wandelingen naar Rotterdam, Delft, Schipluiden, Pijnacker, Rijswijk, Leidschendam, en van Hoek van Holland naar Scheveningen: ik ken inmiddels de omgeving als geen ander.

Vorige week kon ik aan de maartse tochten beginnen, en er staat al 325 km op de “teller”.

Een beetje organisatie begint bij mij altijd vanachter mijn bureau, waar ik niet alleen de inschrijvingen voor de tochten regel, maar waar ik ook veel tijd kwijt ben aan het verblijf onderweg. In de Achterhoek, Drenthe en Brabant worden campings uitgezocht, aangeschreven en vastgelegd. en vanwege het feit dat we noodgedwongen in het hoogseizoen door Zweden reizen, regel ik ook daar, waar mogelijk en nodig, de campings, van Kiruna in het uiterste noorden tot Stockholm aan de oostkust. En passant neem ik ook de overtocht van Kiel naar Göteborg vv mee. Wat is het dan geweldig dat we dat tegenwoordig allemaal zelf online kunnen regelen. Ook mijn Zweeds komt alweer aardig van pas.

Nog 160 dagen voor de Fjällräven Classic, 110 kilometers van Nikkaluokta naar Abisko

Het is voor mij niet moeilijk om daar, tijdens de trainingen, in gedachten alweer te zijn. En elke keer heb ik het gevoel dat ik weer thuis ga komen.

Abisko: jag kommer!! (Abisko, ik kom er aan!!!).

Maar morgen eerst maar 20 km door de Loonse en Drunense Duinen. Ook mooi!